Décadi 30 Ventôse CCXXVI

Décadi 30 Ventôse CCXXVI

herinnerdingen

de winter was overgewaaid
maar er stond nog altijd “winterslaapkamer” op de deur
niet zo zeer de slaapkamer voor in de winter
als wel de plaats waar ik mijn winterslaap houd

de winter was overgewaaid
en wij hadden een trein genomen om in knokke
met de burgerij te spotten
sommige mensen op het strand
waren nog gekleed voor de winter
andere mensen op het strand al voor de zomer
in termen van mode en stijl en swag
bestaat de lente helemaal niet

de winter was overgewaaid
en wij stonden tot onze enkels in het water
en wij muilden terwijl we ons alvast verheugden
op de longontsteking die ongetwijfeld zou volgen

de winter was overgewaaid
en ik heb dit ploertenleven niet gekozen
ik heb het cadeau gekregen voor mijn plechtige communie
excuus mijn vormsel

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nonidi 29 Ventôse CCXXVI

Spoedig ongetwijfeld trending op een internet niet ver van u: #geertsimonishandletteren. Zoals deze versregel uit het gedicht most of all what I desire is absolution.

Nonidi 29 Ventôse CCXXVI

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Quartidi 24 Ventôse CCXXVI

Quartidi 24 Ventôse CCXXVI

Bij een optreden van Stijn Meuris – nu solo, daarvoor met Monza, nog langer geleden met Gruppenbild en Noordkaap – vraagt iemand uit zijn entourage meteen na aankomst de organisator om de waarmerken van een naburige frituur. Na het laatste nummer verlaten Stijn en band het podium en bestelt een roadie telefonisch vijf à zes Bicky Burgers, afhankelijk van het aantal muzikanten. Vervolgens waagt het gezelschap zich aan enige bisnummers en nadien wacht het gevraagde lekkers hen backstage op.

Ten minste dat is het verhaal zoals ik het graag vertel. Als eerbetoon aan die anekdote eet ik telkens ik naar Stijn ga kijken een Bicky. Overmorgen zal het in Bree van dattem wezen met Murder ballads. Laat ons in afwachting wel wezen: ik heb in 2017 veel Bicky’s gegeten. Al dacht menig jaaroverzicht er anders over: ten huize Simonis was 2017 Het Jaar Van De Stijn. Betekent helaas niet dat 2017 een onverdeeld succes was.

Zo serveerde december 2016 als voorgerecht de eindejaarsconference/niet-eindejaarsconference Tirade. U herinnert zich vast nog de schier eindeloze media-aandacht want Dit Is Belangrijk, Mensen: Een Muzikant Spreekt Zich Publiekelijk Uit Over De Politiek. In realiteit kregen we een dikke plak cafépraat. Bij momenten zeer grappige en razend interessante cafépraat maar desalniettemin cafépraat. Zowel in opbouw als in presentatie ontbrak het aan variatie waardoor de voorstelling niet tot het einde kon boeien.

Stijn nam gelukkig ouderwets revanche op muzikale wijze. Op Vigilant combineerde hij zijn gewoonlijke energie en zijn laaiende engagement met een zin voor nuance die lang afwezig is geweest. Ik val Attica niet af, ik was zot van Spectrum en Mirage mocht er wezen maar Vigilant is Stijns beste sinds Grand van Monza, ook al weer uit 2005.

Half februari kwam hij, slechts vergezeld door gitarist Dave Hubrechts, een kleine sessie spelen in de Leuvense Bilbo. Knipogend naar de eerste single Bimbo van het jaar sprak Stijn uiteraard over de Bilbo van het jaar. Knipogend naar de tweede single In de rij voor soep trakteerde hij de aanwezigen op een beker soep. Die smaakte en ik kocht twee vinylexemplaren van Vigilant. Eentje voor mezelf en eentje om cadeau te doen aan mijn broer zonder platenspeler. (Hij was er blij mee.)

De maanden erna zag ik Meuris driemaal live: een club-, een theater- en een festivaloptreden. Voor dat laatste – Genk On Stage – had ik zelfs een fietstocht van vijftig kilometer over. Een fysieke investering die bestraft werd met een tenenkrommend gastoptreden: Wannes Cappelle randde Het zou niet mogen zijn aan in het West-Vlaams. Op de koop toe verdween in de loop van deze reeks optredens gitarist Kris Delacourt uit de line-up, nadat hij een decennium lang artrock-yin had gespeeld tegen Meuris’ hardrock-yang. Ik vrees dat hij gemist zal worden.

Nadat de instrumenten weer waren opgeborgen, zag ik Stijn in oktober aan het werk als acteur. In First contact van Het Nieuwstedelijk bouwden tekst, muziek en illustraties een spannende ménage à trois op. Zo spannend zelfs dat het verhaal in kwestie eerder banaal overkwam.

Begon Het Jaar Van De Stijn al in december 2016, het eindigde pas in januari 2018 met Tirade 2.017. Ook nu weer karrenvrachten lof in de pers. Het was een ander soort voorstelling dan zijn voorganger en naar mijn aanvoelen ook een betere voorstelling maar ik was nog steeds niet geheel overtuigd.

Op zich geen probleem: als ik de lauwe cabaretier Meuris erbij moet nemen om de withete muzikant Meuris te krijgen, dan doe ik dat zonder morren. In de kerk van Stijn ben ik de loyale oppositie. Geef ons heden onze dagelijks Bicky Burger en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren.

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Quartidi 24 Pluviôse CCXXVI

Quartidi 24 Pluviôse CCXXVI

romantiek

mijn fiets staat naast jouw fiets
voorbedachte rade hoor
ik heb hem er zelf gezet
de jouwe stond er al

ik wil je zoenen op je wang
en op je andere wang
en ik wil met je naar bed
zoals er vroeger geneukt werd
in oost-duitsland

je moet geen schrik hebben
ik wil je geen pijn doen
ik zal je niet villen

het is zeker niet mijn bedoeling
een onesie te maken van jouw huid
zodat ik verkleed als jou
naar het carnaval kan gaan

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Quintidi 15 Pluviôse CCXXVI

Begin juni 2012 ging ik met Pater Gijs en onze Thomas naar Future Of The Left kijken in De Vaartkapoen in Molenbeek. In die tijd heette een bezoekje aan Molenbeek nog niet automatisch een safari. Niet lang daarna vertrok Pater Gijs als missionaris naar de Levant om aldaar de ongelovigen te kerstenen.

De avond van het optreden en de leegte die Pater Gijs in mijn hart achterliet, verwerkte ik in een gedicht getiteld het plakkaat van verlatinghe. Later dat jaar werd het gedicht gepubliceerd in Op Ruwe Planken. Sinds vorig jaar heb ik het een aantal keer met groot succes geperformd tijdens de Geert Simonis Huiskamertour.

Wat mij betrof was de kous daarmee af. Edoch: afgelopen week hebben onze noorderburen in hun onmiskenbare wijsheid mijn gedicht uitgeroepen tot Het Pronkstuk van Nederland. Een even grote als onverwachte eer.

Een eer die automatisch de nodige kritiek met zich meebracht. Zo omschreef Marc Reynebeau het gedicht in De Standaard van afgelopen woensdag als “een tekst (…) die zonder inspanning vrijwel onleesbaar en amper te begrijpen is.”

Ik zou zeggen: oordeel gewoon zelf.

Quintidi 15 Pluviôse CCXXVI

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sextidi 6 Pluviôse CCXXVI

Sextidi 6 Pluviôse CCXXVI

de wereld in de tijd van abraham lincoln

abraham lincoln krijgt een fiets
een melodie van ijzer en staal
rood rubber
rubber uit paardenbloem
rubber allerlei

met de fiets
op weg naar huis
op weg naar school
op weg naar een wereldrecord
op weg naar jou
op weg naar het nieuwe vrouwelijke brein
het brein in je buik
het kwade brein
het brein van belgië

fietsen rond abdijen
fietsen rond ambachtelijke brouwerijen
fietsen op romeinse heirwegen
abraham lincoln was een geslepen politicus

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Interview Six Hands

Six Hands _ press_preview

“Naar een andere vijver”

Het Noord-Limburgse mathrockcombo Six Hands, een band die mijn leven zou kunnen zijn, zette in 2017 JXTA op de wereld. Geen kleinschalige huisvlijt meer maar een echt album, op cd én vinyl, bij een echt platenlabel. Niet minder eigenzinnig dan vroeger en uiteraard nog steeds onafhankelijk maar nu ook serieus en doordacht. Daar hoorde wat mij betrof een interview bij. Ik stelde mij bij bassist Toon Vanotterdijk kandidaat om het een in het ander in vraag te stellen. Hij hapte toe en op een religieuze feestdag troffen wij elkaar in een brasserie tegenover het station van Hasselt.

JXTA dus. Of voluit: juxtapositie.

Toon Vanotterdijk: “Inderdaad: de confrontatie. We hebben lang over die titel nagedacht. Ook zo bij songtitels, we maken instrumentale muziek: we kunnen niet gewoon een flard tekst pakken en tot titel maken. De term juxtapositie past bij onze muziek: die is zacht én hard, soms gestructureerd maar soms ook nadrukkelijk niet.”

In jullie muziek boksen gitaar, bas en drum eerder tegen elkaar op dan dat ze met elkaar meegaan. Toch heeft het geheel altijd iets ronds of vloeiends, het resultaat is nooit louter agressief.

Vanotterdijk: “Vroeger hadden we dat wel, nu op de plaat minder. Het is lang een vraagstuk voor ons geweest: hoe willen we dat onze plaat klinkt? We hadden het geld om te betalen voor goede opnames en een goede mix. Het resultaat mag er zijn maar het is braver dan wat we live doen. Die kant – het lawaai, het schurende – hadden we kunnen doortrekken op de plaat maar daar hebben we niet voor gekozen. Het zou te veel zijn, een half uur van onze muziek is sowieso veel informatie om te verwerken.”

Toen ik ter vergelijking nog eens naar jullie ep’s uit 2009 en 2012 ging luisteren, viel het me op dat jullie geluid op zich niet zoveel veranderd is maar wel aan nuance heeft gewonnen.

Vanotterdijk: “In het schrijfproces is de opgave vooral om een nummer verschillende kanten te laten opgaan maar het toch als een geheel te laten klinken. Vroeger gingen we dan knippen en plakken met gekke dingen bij, nu zoeken we naar de logica van de muziek. Dat heeft ook te maken met onze persoonlijke evolutie, met ons ouder worden. Ik merk aan Stijn (Vrijsen, nvdr) dat hij nu anders drumt: minder voortdurend mokeren en pompen, meer spelen met hard en zacht.”

Maakt die zoektocht naar de logica van de muziek het schrijfproces ook makkelijker?

Vanotterdijk: “Dat verschilt heel hard van nummer tot nummer. Met sommige zijn we maanden aan een stuk bezig, andere staan er op een repetitie of twee. In beide gevallen gebeurt dat intuïtief, wij zijn geen theoretici, wij spelen op de buik. Onze gesprekken gaan meer over het gevoel dat een nummer moet hebben dan over maatsoorten en toonaarden. De nummers die grotendeels van Joeri (Mertens, gitaar, nvdr.) komen zijn meestal vrolijk: “Het is lente en we gaan dansen,” dat soort werk. Mijn nummers zijn bozer, ze wringen vaak meer. Het fijnste is als beide kanten van onze sound samenkomen. Boos maar ook vrolijk en funky.”

Tijdens de albumpresentatie in de Muziekodroom hebben jullie niet eens zo lang gespeeld. Terwijl dat doorgaans voor bands een gelegenheid is om uitgebreid te profiteren van hun moment in de spotlights.

Vanotterdijk: “Het effect dat wij hebben is kort en krachtig en dat doe je teniet door te lang te spelen. We hebben in het verleden al sets gespeeld van drie kwartier à vijftig minuten maar ik vind dat te veel. Een langere set heeft rustpunten nodig en wij hebben wel enkele nummers die zich daartoe lenen maar niet genoeg.”

Naast Six Hands zijn jullie drie het voorbije decennium bezig geweest met opleidingen, jobs, persoonlijke levens en met andere muzikale projecten. Is het toeval dat Six Hands vandaag nog bestaat of zat er van meet af aan een hogere missie in?

Vanotterdijk: “Moeilijke vraag. Er zijn periodes geweest dat we veel optraden maar weinig schreven en omgekeerd. Toen ik baste bij Astronaute lag Six Hands stil maar werd ik uitgedaagd als muzikant. Die periode van rust zorgde voor hernieuwde energie en inspiratie. Toen besloten we de plaat te maken maar dat heeft nog veel voeten in de aarde gehad. Vroeger deden we alles zelf terwijl we nu veel afhankelijker zijn van externen. Mensen, bureaus, instanties. Kost allemaal tijd en energie.”

JXTA verscheen bij FONS Records, het label van Fence. Zij presenteren zich nadrukkelijk als een niet-traditioneel label maar geven elke band begeleiding op maat. Wat doet Fons net voor jullie?

Vanotterdijk: “Zij zijn voor ons een richtingaanwijzer. Welke stappen moet je zetten? Waar laat je vinyl drukken? Hoe pak je de promo aan? Ook nu wilden we zoveel mogelijk zelf doen. Ik wilde echt leren hoe de muziekindustrie, met klemtoon op –industrie, werkt. Voor de opnames en de productie hebben we niet met FONS samengewerkt. Pas toen de plaat was afgewerkt, zijn we met hen gaan praten. Hun adviezen hebben alles sneller doen verlopen.”

Wat is net het verschil tussen deze “echte”, “serieuze” aanpak en de diy-aanpak van vroeger?

Vanotterdijk: “In de praktijk blijft veel hetzelfde: we zijn nog altijd een instrumentaal trio dat moet knokken om ergens binnen te geraken, om wat aandacht te krijgen. We hebben nu wel het product: de plaat, een droom die we al lang hadden. We hebben er lang voor gespaard en ze bestaat nu, je kan haar op de platenspeler leggen. Het was een leerrijk proces. Je staat voor veel keuzes en elke keuze beïnvloedt het eindresultaat. Door de plaat zijn de dingen nu onvermijdelijk serieuzer: je moet een persfoto hebben, toeren om de plaat voor te stellen, contacten leggen met journalisten en bloggers, met clubs en bookers. Dat is de volgende uitdaging: het clubcircuit binnen raken, een afgeschermde wereld waarin een beperkt aantal mensen bepaalt wat kan en wat niet kan.”

De metafoor zegt dan dat jullie een grote vis zijn in een kleine vijver.

Vanotterdijk: “Absoluut en we willen nu wel eens naar een andere vijver.”

Ooit gedacht bij het maken van de plaat: hadden we destijds maar voor een andere groepsnaam gekozen?

Vanotterdijk: “Heel vaak. In het begin hadden we een paar shows te pakken maar nog geen naam. We hebben daar toen niet lang over nagedacht. Dat hadden we achteraf gezien beter wel gedaan. Anderzijds toont het wel mooi hoe spontaan alles is verlopen. Geen grootse plannen, geen strategieën: gewoon drie vriendelijke jongens, zes handen die samen muziek maken.”

Een boysband, zoals jullie jezelf op internet noemen.

Vanotterdijk: “We ondergraven onszelf zo graag.”

Posted in Uncategorized | Leave a comment