Ruimte voor gekerm XIV

Halverwege de jaren negentig kwam mijn vader een keer thuis met een videocassette die hij als relatiegeschenk had gekregen op het werk. Making of-reportages van een tiental contemporaine films zoals The Mask van Charles Russell, Apollo 13 van Ron Howard, Star Trek Generations van David Carson en natuurlijk het onvermijdelijke Forrest Gump van Robert Zemeckis. Zogezegd spontane gesprekjes met acteurs between takes werden gecombineerd met mannen achter computers die de digitale effecten uitlegden. Mijn broer en ik kregen er geen genoeg van en hadden uiteraard niet door dat we ons laafden aan veredelde reclamespots.

Zoals u wellicht weet ontwikkelde Forrest Gump zich tot een cultureel fenomeen. Het was na The Lion King de meest lucratieve speelfilm van 1994, werd bekroond met zes Academy Awards – waaronder beste film, beste acteur en beste regisseur – en werd in 2011 opgenomen in het canon van de Library of Congress. “Weird Al” Yankovic en Frank Ocean weidden er liederen aan. Als u oud genoeg bent kent u wellicht zowel de afgetrapte als de obscure catchphrases van buiten. (“I’m sorry I ruined your Black Panther party.”) Tegelijkertijd is Forrest Gump langs alle kanten geanalyseerd, bekritiseerd en/of gerecupereerd.

Forrest Gump is de verfilming van het gelijknamige boek van Winston Groom uit 1986. Financieel werd meneer Groom royaal genaaid door de filmstudio. Het contract sprak over drie procent van de netto opbrengst maar de studio zorgde er via Hollywood accounting voor dat de film op papier nooit winst maakte en stuurde hem wandelen met een aalmoes. Zemeckis en hoofdrolspeler Tom Hanks lieten hun verloning afhangen van de bruto opbrengst en trokken elk met veertig miljoen dollar naar de kermis. Het is veelzeggend dat Groom bij de Academy Awards in geen enkel dankwoord werd vermeld. Hij nam subtiel wraak door een vervolg te schrijven waarin Forrest de lezer waarschuwt altijd op te letten wanneer mensen je leven willen verfilmen.

Niet dat Groom honger heeft geleden. Het boek verkocht een slordige anderhalf miljoen exemplaren na het succes van de film. Op voorhand waren slechts 30.000 stuks over de toonbank gegaan. Ik heb het boek afgelopen week gelezen. Naderhand kreeg ik te horen dat Groom op zeventien september is overleden. Een toeval waarvoor ik het woord unheimisch uit de kast haal.

Laat ons duidelijk wezen: Forrest Gump is een toegankelijk en aangenaam boek maar er zit niets in dat wijst op potentieel wereldwijd succes. Zemeckis en scenarist Eric Roth hebben het boek duidelijk beschouwd als een uitgangspunt waarmee ze uiterst secuur hebben geknipt en geplakt en het verhaal honderdtachtig graden omgedraaid hebben.

Dat zit vooreerst in de personages. Hanks’ Gump is een idioot met een gouden hart, Grooms Gump is een idiot savant met een cynisch trekje, die zowaar de relativiteitstheorie begrijpt. Dat cynisme zit onder meer in de Southern drawl van de vertelstem en het voortdurende verwijzen naar Noord-Vietnamezen met het denigrerende “gooks”. Geen grapjes genre “we were always lookin’ for a man named Charlie” hier. In de film zijn Gubba en Lieutenant Dan belangrijke nevenpersonages, in het boek gaat er meer aandacht naar een mannelijke orang-oetan genaamd Sue. In de film is Forrest verknocht aan huisje boompje beestje en hangt Jenny de bohemien uit. In het boek is deze relatie omgekeerd.

De grote gimmick van de film is uiteraard Hanks die via bewerkte archiefbeelden interageert met de hoofdrolspelers van de (politieke) geschiedenis van de VS. In het boek ontmoet Gump naast de presidenten Johnson en Kennedy ook Mao Zedong maar daar blijft het bij. In het boek gaat Forrest niet op looptocht door de VS, wel bouwt hij carrières uit als muzikant, worstelaar, schaakspeler en astronaut. Tom Hanks als astronaut is uiteindelijk een andere film geworden. Tom Hanks in plaats van Mickey Rourke in The Wrestler, daar zou ik goed geld voor betalen. Omgekeerd had Groom graag gezien dat zijn boek verfilmd zou worden met John Goodman in de hoofdrol.

And that’s all I have to say about that.

Posted in Ruimte voor gekerm | Leave a comment

Tridi 3 Vendémiaire CCXXIX

Het was zondag tof in Wijgmaal. Ik heb zelfs horen zeggen dat het altijd tof is in Wijgmaal. Foto’s via Vonk & zonen en 30CC.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Ruimte voor gekerm XIII

“I’m guilt-free when it comes to books. I make an honest effort to read what I know is important, but I don’t grade myself. Life is too short to pretend you finished a book or understood it. Who cares?”

Jeff Tweedy – Let’s go (So we can get back) – A memoir of recording and discording with Wilco etc. (2018), p. 173

September 2019 ligt een jaar achter ons, ik heb al een hele poos geen Duvel meer gedronken.  Bockie de Repper en ik praten nooit meer echt, we zijn langzaam uit elkaar aan het groeien als de uiterste armen van een gealfabetiseerde cactus. Desalniettemin heb ik een succesvol einde gebreid aan het project om mijn leesgedrag een jaar te focussen op vrouwelijke auteurs. Welkom bij de nabeschouwing! De zon schijnt, het is buiten negen graden Celsius en de wind komt uit oostelijke à noordoostelijke richting.

Vooreerst de harde cijfers: ik heb het afgelopen jaar honderdenacht boeken gelezen. Ruwweg eentje per drie à vier dagen. Een duizelingwekkend resultaat dat zich achtereenvolgens laat verklaren door de opleiding die ik tijdens mijn sabbatjaar heb gevolgd, de lockdown waarin literatuur meer dan ooit het escapisme diende en een zomer met relatief weinig activiteiten. Toch zegt dat getal niet alles: het gaat immers om kwaliteit boven kwantiteit. En plus laten de honderdenacht boeken zich lastig vergelijken omdat ik mijn leesgedrag normaliter per kalenderjaar turf en niet per schooljaar. (2015: vijfennegentig boeken, 2016: zevenentachtig boeken, 2017: tweeënzeventig boeken, 2018: tweeënzeventig boeken.)

In alle eerlijkheid moet ik toegeven dat het me niet gelukt is louter vrouwelijke auteurs te lezen. Er zijn eenentwintig boeken geschreven door een man en twee geschreven door een man/vrouw-duo in de lijst geslopen. Soms omdat mijn opleiding het oplegde, soms omdat de actualiteit erom vroeg, soms omdat ik mijn hart heb gevolgd in plaats van mijn plan. 

Kijken we naar de herkomst van die auteurs dan komt net iets minder dan de helft uit de Lage Landen. Naast usual suspects als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk komt een handzame voorraad “kleine” landen aan bod. Omwille van mijn beperkte Excelskills zijn enkele taartstukjes niet gelabeld. Het gaat respectievelijk om: Australië, Duitsland, India, Japan, Nigeria, Oostenrijk en Zweden.

Het gros van de boeken las ik in hun oorspronkelijke taal, net iets meer dan een achtste in vertaling.

Vragen we ons af wanneer de boeken gepubliceerd zijn, dan wordt het helaas ietwat beschamend. Een absolute meerderheid stamt uit de eenentwintigste eeuw. Mijn volgend leesproject – dat nog niet voor meteen is – zal draaien rond oudere boeken.

De verhouding fictie en non-fictie is op zich weinig relevant. Ik moet geen quota behalen of zo. Tijdens de lockdown had ik wel het idee dat ik meer behoefte had aan fictie.

De zevenentachtig boeken met minstens één vrouw achter het klavier zijn in totaal geschreven door drieënzeventig verschillende auteurs. Van slechts vijf van hen had ik reeds eerder iets gelezen. Inhoudelijk heb ik mijn comfortbibliotheek onweerlegbaar verlaten. Ik kan maar hopen dat ik er een betere versie van mezelf door ben geworden.

Als u op dit punt van het essay het lezen nog niet gestaakt heeft, bent u wellicht uit op enige leestips. Ik beperk mijn adviezen tot de werken die nog niet door iedere lul-de-behanger en zijn grootje de hemel in zijn geprezen. 

  1. The Girls’ Guide to Hunting and Fishing (1999) van Melissa Bank – Geen echte gids die op paternalistische wijze aan meisjes uitlegt hoe ze moeten jagen en/of vissen. Wel een snedige vertelling over recht in je schoenen en je hart staan, die afhankelijk van de geraadpleegde bron een roman is of een cyclus verbonden kortverhalen. De filmrechten liggen op dit moment in de kluis van Francis Ford Coppola maar die heeft er vooralsnog weinig mee uitgestoken.
  2. Girl, Woman, Other (2019) van Bernardine Evaristo – Fascinerende clustervertelling over twaalf Britse vrouwen met diverse etnische achtergronden en seksuele identiteiten. Conform de Dickensiaanse traditie worden aan het einde het personage dat haar moeder niet kent en het personage dat ooit gedwongen werd een kind af te staan voor adoptie netjes herenigd. Mocht vorig jaar de Booker Prize mee naar huis nemen en die staat nu alleraardigst op de schoorsteenmantel.
  3. Meet me in the bathroom – Rebirth and rock and roll in New York City 2001-2011 (2017) van Lizzy Goodman – Swingende oral history over de New Yorkse belle époque die onze platenkasten the Strokes, TV On The Radio, LCD Soundsystem et les autres heeft geschonken. I’m losing my edge to the kids from France and from London!
  4. Hallo witte mensen (2017) van Anousah Nzume – In het era van #blacklivesmatter heb ik de oproep “educate yourself” niet aan mij voorbij laten gaan. Dit werk laat zich lezen als een Nederlandse pendant van Why I’m No Longer Talking to White People About Race maar Nzume hanteert vaker de stijlfiguur der humor. 
  5. De eeuw van de ekster (1994) van Brigitte Raskin – Een biografie van Jozef Raskin, nonkel van de auteur. In de eerste oorlog was Jozef brancardier en verkenner aan de IJzer. In het interbellum trok hij als missionaris naar China om daar de heidenen te kerstenen, terwijl dat land op het randje van de burgeroorlog balanceerde. Teruggekeerd droeg hij op 28 mei 1940 in het kasteel van Wijnendaele de eucharistie op voor Leopold III, die later die dag zou capituleren. In bezet België engageerde Jozef zich net iets te enthousiast en net iets te amateuristisch in het verzet. Hij werd gearresteerd en eindigde uiteindelijk in 1943 op een guillotine in Dortmund. Anderzijds is het boek ook een reflectie op het bewaren en daardoor aanpassen van familiale verhalen en herinneringen. Tot slot is het ook een verbluffende mentaliteitsgeschiedenis van pakweg de periode 1850-1950. Nooit eerder heb ik die hele schoolstrijd zo helder uitgelegd gekregen. Indrukwekkend boek dat mij tot tranen toe wist te raken en dat ook een prima vaderdagcadeau bleek te zijn.

Zal ik de conclusie maar gaan lenen bij Kurtje Cobain? Never met a wise man / If so it’s a woman. Het is nog niet te laat om ons te verzoenen, Bockie!

Posted in Ruimte voor gekerm | Leave a comment

Ruimte voor gekerm XII

Toneelstukken die anno Domini MMXX nog John Massis namedroppen zijn mijn favoriete toneelstukken.

Een halve zomer lang heb ik dagelijks op en neer gefietst langs de vaart om drankjes te serveren en glazen te spoelen op de glutenvrije korte keten stedelijke pop-up camping van mijn vriendin en haar hipstercollectief. Voor Geel hesje van Het nieuwstedelijk moesten we maar half zo ver gaan.

In de Japanse traditie is geel de kleur van de moed. In het Engels ziet men de dingen anders, een yellowbelly is een lafbek, een schijtlijster. Of zoals Dylan zong in Tombstone Blues: “The sun isn’t yellow, it’s chicken.” Geel is ook een kleur die de aandacht trekt in logo’s, op ambulances, bij ruimtetuigen van Lego. Geel hesje is een stuk gebaseerd op contradicties, over mensen die weigeren genegeerd te worden.

In de tang tussen de spoorlijn en de snelweg zat ik met een hoofdtelefoon en een zender te sukkelen terwijl we het gelukkig droog hielden. Ik was mijn mondmasker vergeten en had het vestje van mijn gezelschapsdame dan maar rond mijn hoofd gebonden. Omdat zij kou leed, haatte ik mezelf.

Het zwaantje droeg zijn pistool laag op de heup, zoals Clint Eastwood, zoals Han Solo. Contrair aan de regels van Tsjechov werd dat pistool nooit afgevuurd. Het zwaantje kon wel goed roepen. Dat had hij wellicht van zijn vader geleerd. Die vroeg zich af wie er nog zijn verantwoordelijkheid pakt. Geen loze vraag het weekend dat de koning van Vlaanderen van krommenaas gebaarde.

De generatiekloof tussen vader en zoon veranderde de zondagavond in een huilbui, in een rave, in een explosie, in die kuip mortel die nog maar eens van die stelling dondert. Bovenal was dit een veel te mooi einde van de zomer in dit jaar waarin corona en de rugproblemen van Gerard Cox mij minstens vier theatervoorstellingen door de neus hebben geboord.

Op de fiets naar huis hoorde ik slechts de echo’s van de slogans die we in het laatste jaar van de middelbare school scandeerden over de sterke arm der wet.

“Een echte vent wordt geen agent!”

“Ik kan niks, ik ben niks, ik word polies!”

“Ik kom niet aan de norm, ik krijg een uniform!”

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Duodi 12 Messidor CCXXVIII

Omdat ik anders toch maar rottigheid uithaal op straat ben ik lid geworden van een geheim genootschap dat middels poëzie het klimaat gaat redden en/of lood in goud zal veranderen: klimaatdichters.

WebsiteFacebook

Posted in Uncategorized | Leave a comment