Quartidi 4 Messidor CCXXX

Vorige week met mijn conservatieve homeslice J.D. naar Die Wannsee Konferenz (2021) van Matti Geschonneck wezen kijken in Cinema Zed. Was niet zo’n succes.

Alzo sprak Gunter Lamoot: “De Holocaust was goed in zijn genre, het genre van mensen op industriële wijze samenbrengen en vervolgens kapot maken.” Misschien heeft mijn geheugen het citaat ietwat verwrongen maar daar kwam het ongeveer op neer.

In Annie Hall neemt Alvy Singer het titelpersonage als eerste afspraakje mee naar de documentaire Shoah van  Claude Lanzmann. Later, als alles is misgelopen, verneemt hij dat zij met haar nieuwe geliefde naar dezelfde film is gaan kijken. Alvy beschouwt dat als een persoonlijke triomf.

In dit geval ben ik er de volle honderd procent zeker van dat mijn geheugen ‘t een en ‘t ander verwrongen heeft. Annie Hall is uitgekomen in 1977 en Shoah in 1985. Zonder teletijdmachine is het volstrekt onmogelijk dat de ene film naar de andere verwijst. Gelieve mij deze verwarring te vergeven. Er zijn uiteindelijk ook zo ongelofelijk veel documentaires over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en de Holocaust in het bijzonder. Vraag maar aan het stelletje mafklappers met bochels en enkelbanden dat in de vroege eenentwintigste eeuw waakte over de programmatie van Canvas.

Wat leren we vervolgens uit De Geschiedenis van mijn Seksualiteit van Tobi Lakmaker?

“Tijdens zijn speech zat ik naast Roos, en terwijl we allemaal naar Gerrie keken begon zij langzaam in mijn bovenbeen te knijpen. Niet hard, maar met enig gevoel. Daar werd ik weer vreselijk opgewonden van, dus na de speech van Gerrie zei ik: ‘Er draait op dit moment een Hongaarse film die me erg aanspreekt.’ Eigenlijk bedoelde ik gewoon: ‘Neuken?’ Maar zoiets durf ik niet te zeggen. Echt waar: dat soort dingen durf ik gewoon niet. (…) Son of Saul speelt zich af in 1944, en volgt een man die deel uitmaakt van een Sonderkommando in Auschwitz. Kleine tip voor eerste dates: niet naar een film gaan over een Sonderkommando. Ook niet iets anders gaan doen dat met een Sonderkommando te maken heeft. Ik zou het Sonderkommando gewoon even laten voor wat het is, op een eerste date.” (p. 64-65)

Misschien is het de cinema zelf die boter op zijn hoofd heeft. Ook hier biedt Lakmaker een oplossing: “Weet je van wie ik onder de indruk was? Theodor Adorno. Theodor Adorno zei dat wij allemaal luie fascisten waren die eens een boek moesten lezen, in plaats van voortdurend naar de film te gaan.” (p. 87)

Logischerwijs heb ik De Geschiedenis van mijn Seksualiteit warm aanbevolen bij mijn conservatieve homeslice J.D. Hij zou het op zijn lijst zetten maar was voorlopig nog druk bezig met een reeks romans over Robocop. J.D. is misschien een fascist maar hij is zeker niet lui.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sextidi 26 PrairialCCXXX

Vandaag ontmoette ik in het park van Tervuren een foodtruck met een existentiële crisis.

En als we het dan toch over het zwarte goud hebben: het literaire tijdschrift Op Ruwe Planken hing zijn recentste nummer op aan de frase “koffiedik kijken”. Zijlieden zijn vervolgens zo vriendelijk geweest twee mijner stiftgedichten op te nemen in hun selectie.

Of zoals het voorwoord koffiekletst: “Je leest over wat de oorlog in Oekraïne doet met de Nederlandse man, wat tranen met een mannenhuishouden doen en vijf dagen bedenktijd met een onbedoeld zwangere vrouw. Ook Madonna komt voorbij, en Roodkapje, een steiger in Portugal, zinnia’s, koekoeksklokken, douchegordijnen, stiftgedichten, pakjes Wicky en welgeteld één limonadeglas met thee.”

Ik heb inmiddels bijgeleerd dat de zinnia een bloem is en Wicky een limonademerk. Om die intellectuele triomf te vieren zal ik uit beide stiftgedichten één woordje van de sluier lichten, te weten: “tegelijk” en “burgemeester.”

En Franz Kafka zag dat het goed was!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Octidi 8 Floréal CCXXX

Merol begon haar optreden in Het Depot gehuld in een grimmige jas en een breedgerande hoed. Ik moest heel even denken aan de Lonesome Zorro die Arno zo mooi bezongen heeft maar nadien vooral aan John Lee Hookers podiumoutfit in de laatste decennia van zijn leven.

De link tussen Merols manisch-depressieve dansmuziek en de deltablues lijkt misschien vergezocht maar is het niet. Beiden proberen het alledaagse lijden te lijf te gaan met al dan niet seksuele extase. Er gaapt geen al te brede kloof tussen haar Hou je bek en bef me en pakweg Muddy Waters I just wanna make love to you. Of tussen Bendronkenlaatme en Hookers One bourbon, one scotch, one beer. Vrouwelijke bluesmuzikanten zagen zich genoodzaakt hun verlangen in andere metaforen te hullen dan een simpele Foefsafari, denk bijvoorbeeld aan Bessie Smiths Need a Little Sugar in My Bowl.

Neerlands Rosse Hoop in Bange Dagen begon haar optreden met Laatbloeier, tevens de eerste track op haar debuutalbum Troostprijs. Vastberaden en compromisloos liet ze weten zelf wel te bepalen op welke leeftijd ze bepaalde kapen zou overschrijden.

Ook hier valt een link met de blues te leggen. Ik citeer even uit Ted Gioia‘s standaardwerk Delta Blues: The Life and Times of the Mississippi Masters who Revolutionized American music uit 2008:

“The prodigy captivates our imagination, but the annals of African-American music are full of examples of late starters, who give us all the benefit of their extra years of maturing: Duke Ellington waited until he was twenty-four to make a record; Robert Johnson didn’t enter a studio until the age of twenty-five; Lester Young participated on his first session at twenty-seven; Chuck Berry did the same at age thirty; and Leadbelly was a middle-aged man, forty-five years old, before he made a recording.”

Tegen het einde van zijn boek zoomt Gioia in op Fat Possum, een label dat zich in de jaren negentig specialiseerde in pensioengerechtigde debutanten. R.L. Burnside, T-Model Ford en Junior Kimbrough waren respectievelijk zesenzestig, vierenzeventig en tweeënzestig toen ze een plekje in de spotlights kregen. Het leverde geen langetermijncarrières op, dat spreekt.

Mag ik zo vrij zijn te stellen dat laat bloeien en levenslang leren twee kanten van dezelfde medaille zijn? Wederom biedt Gioia ons duidelijke bewijzen.

Over Chester Arthur Burnett alias Howlin’ Wolf: “In an interview he gave to Michael Erlewine shortly before his sixtieth birthday, the bluesman repeatedly lamented, “I am not a smart man,” adding, “I don’t have no education, see. Now you can take my sense and put it in a paper bag and it’ll rattle like two nickels.” What Wolf did not mention, however, was his own dedication in compensating for these limitations, how he painstakingly learned the rudiments of reading and math at adult education classes in the 1950s, and continued to take courses almost until his death. Fans who followed Howlin’ Wolf’s circuit in the Chicago nightclubs during the height of his career might scarcely believe it, but the could have also found their main man, had they only known, in a host of quite unlikely settings—at Crane High School on the West Side (during the late 1950s and early 1960s), at Wendell Phillips High School on the South Side (during the mid-1960s), or Jones Commercial Evening School in the loop (during the late 1960s and early 1970s). At a time when he had achieved substantial fame on an international level, with a large crossover audience from the rock world now flocking to his performances, Chester Burnett was still determined to make up for the poor schooling of his Delta childhood.”

Meer van hetzelfde bij B.B. King, die nog leefde toen Gioia zijn boek publiceerde: “King never lost his sense of early deprivation, and always looked to make up for it. He was mostly an absentee father to his fifteen children, but he wrote checks to cover their education, and for his more than fifty grandchildren, with a sense of pride. Yet he kept tabs on his own education, as well, boasting that he liked to learn something new every day. On his travels, he could hardly pass a bookstore without peeking in to find another volume to add to his shelves. King continued to study music at a point when other players consider themselves fortunate if they remember what they once knew, and his cherished volumes of The Schillinger System of Musical Composition were constant traveling companions, as were the tapes of other performers, which King listened to with a student’s ear, seeking out nuggets of inspiration that he might apply to his own work. He learned to sight-read on the clarinet; he played scales on the violin; he made headway on the electric bass; and experimented with various keyboards.”

Het lijkt me weinig waarschijnlijk dat ik mezelf ooit zal heruitvinden als blues shouter maar volgend schooljaar ga ik me wel verdiepen in de Duitse taal en in november heb ik reeds een volgende date met Merol. Toll!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nonidi 9 Floréal CCXXX

Of ik voor Zine Happening VII (dit weekend te Gent, ben er zelf enkel zondag) een update heb geschreven van Het Communistisch Manifest?

Misschien.

Quiche-eters aller landen verenigt u!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Octidi 18 Germinal CCXXX

In de reeks Lifegoals Waarvan Ik Niet Wist Dat Ik Ze Had hangt deze maand dankzij Wim Paeshuyse en Karen François enig werk van mijn hand in het MAS te Antwerpen. Nu maar hopen dat ik er zonder kleerscheuren afkom.

Posted in Uncategorized | Leave a comment