Tridi 23 Germinal CCXXV

Tridi 23 Germinal CCXXV

“I’m a kike, a yid, a heebie, a hook-nose, I’m kosher mum, I’m a Red Sea pedestrian, and proud of it!”
Monty Phyton’s Life Of Brian

“Is this the person you want to be? Always just joking? Always concealing, distracting, hiding? Never fully yourself?”
Here I Am

I

Een maand of twee geleden, de krokusvakantie was op onofficiële wijze al bezig voor mij, zat ik met Henk in een donkerbruine kroeg tegenover het station. Op papier hielden wij een nabespreking van de huiskamervoorstelling die ik in januari in zijn woonst had gespeeld. In werkelijkheid ging het al snel over Julian Cope en Ken Nordine en de vrouwen en de liefde en het leven en het universum en alles. Middenin die maalstroom omschreef Henk mij als een schlemiel. Hij bedoelde het als een compliment of zo vatte ik het toch op.

Langer geleden, waarschijnlijk staartje 2016, zat ik met Sander in de lichtbruine kroeg waar wij vroeger vaker kwamen om niet te zeggen constant. Langzaam doch onstuitbaar is er afstand gezwollen in ons wonen en in onze gewoontes. Onafhankelijk van elkaar waren we het café binnengekomen, hadden we iets besteld bij de jongen achter de toog en hadden we gedacht: “Hé, een nieuwe jongen achter de toog.” Vervolgens hadden we al even onafhankelijk van elkaar beseft dat die jongen voor hetzelfde geld al drie jaar achter die toog staat.

Na het bestellen zaten we op het terras ook al was het strikt genomen geen weer om op het terras te zitten. Hij wilde roken en ik maakte geen bezwaar. Ik vertelde over de verdwenen broodjeszaak op de hoek van de straat, waar ze een vurrukkulluk broodje met verkruimelde kipfilet en halve druifjes hadden. Sanders reactie: “Gij zijt zo’n oude jood.” Ik ervoer het op geen enkele manier als een belediging.

Dus ja, we kunnen gerust stellen dat ik heden ten dage heel erg in touch ben met mijn joodse identiteit. Ik heb aan de arm van Amos Oz door het Jeruzalem van de jaren veertig gewandeld. Ik heb het Kiëv van vlak voor de Russische Revolutie verkend met Bernard Malamud als gids. Ik heb met Larry David rondgehangen in het Los Angeles van de vroege eenentwintigste eeuw. Ik heb gepraat met Duchka en Simon over Tel Aviv en over Chicago.

Maar bovenal was er Here I Am van Jonathan Saffran Foer. Een huwelijk dat desintegreert, een ongeziene crisis in het Midden-Oosten, een zieke hond, een bemoeizieke familie, een helse Bar Mitswa en dat allemaal opgeklopt tot net geen zeshonderd pagina’s loodzware indrukwekkendheid.

II

Ergens op 85 procent van het boek roept de Israëlische premier alle mannelijke joden wereldwijd op om naar huis te komen teneinde de joodse staat te redden van de ondergang. Het is nu meer dan ooit nodig. Hoofdpersonage Jacob Bloch geeft gehoor aan die bede. Op de luchthaven krijgt hij een vragenlijst voorgelegd. Ik ben uiteraard geen romanfiguur en Israël heeft mijn hulp niet gevraagd maar zal ik ter lering en vermaak toch even op die vragenlijst antwoorden?

Jewish? “Dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt. Identiteit is meervoudig en ambigu. Volgens Henk en Sander en mezelf ben ik op zijn minst een beetje joods. De Dode Zee-rollen denken er wellicht anders over.”

Any languages besides English? “Nederlands als moedertaal en ik kan mij steeds beter behelpen in het Frans. Op de middelbare school zes jaar Latijn gevolgd maar buiten een enkele flarden Asterix herinner ik me daar weinig van. Toen ik onlangs gevraagd werd om een paar uur Latijn te geven aan een bende dertienjarigen heb ik beleefd geweigerd.”

Health conditions? “Volgens mijn dossier kamp ik met astma en een handvol allergieën maar in de praktijk heb ik daar geen last van. (Hout vasthouden.) In alle bescheidenheid is mijn conditie nooit beter geweest dan nu. Afgelopen zondag een persoonlijk record op de 10 Kilometer Van Brussel gevestigd. Ben wel onlangs gediagnosticeerd met een liesbreuk en nu moet ik binnenkort onder het mes.”

Military training or experience? “Als kind veel soldaatje gespeeld. Maar echt heel veel. Mijn buurman was toen ook soldaat. In gedachten pest ik graag de militairen die patrouilleren in de Brusselse stations en metrohaltes.”

Have you ever fired a gun? “Een loodjesgeweer op de kermis maar enkel om ballonnen af te knallen. De overstap naar die witte pijpjes heb ik nooit succesvol gemaakt. Onlangs nodigde iemand mij uit om eens te gaan lasershooten. Dat is tot nader order nog niet gebeurd.”

Can you swim? “Jawel. Vanochtend tussen zeven en acht een kilometer baantjes getrokken.”

Have you ever been a competitive swimmer? “Enkel in overdrachtelijke zin en dan louter in competitie met mezelf.”

Do you have any experience with knot tying? “Ik heb wel eens plannen gehad om te trouwen maar die zijn uiteindelijk als los zand voor mijn vingers gegleden.”

Can you read a topographical map? “Geef mij een kompas en ik kan hem alvast juist oriënteren. Dat is een begin.”

Do you have any experience with electrical engineering? “Ik heb afgelopen vrijdag twee lampen vervangen in mijn appartement.”

What’s the longest you’ve ever gone without eating? “Een dag waarschijnlijk.”

What is your tolerance for pain? “Best hoog zou ik zeggen maar misschien maak ik mijzelf iets wijs. Allez, ‘t is te zeggen: ik maak mijzelf sowieso meerdere dingen wijs, mogelijks ook over mijn pijngrens.”

Have you ever been in shock? “Breek me de bek niet open, ik heb gisteren Sprakeloos van Hilde Van Mieghem in de cinema gezien.”

Are you claustrophobic? “Neen.”

What is the greatest load you can carry? “Al mijn vrienden zien mij graag komen wanneer ze verhuizen maar voorlopig mag ik met die liesbreuk helemaal niets tillen.”

Are you sensitive to extremes of heat or cold? “Neen.”

Allergic to medications? “Neen.”

Do you know first aid? “Twee jaar van mijn leven bij het Jeugd Rode Kruis gezeten en daar een brevet EHBO gehaald. Dat brevet is intussen vervallen en ik ben er alles van vergeten.”

If you are killed in Israel, would you allow your organs to be used in Israel? “Ik schenk mijn lichaam met veel plezier aan de wetenschap. Bij voorkeur de moraalwetenschap.”

What is your blood type? “A+.”

III

Twee weken geleden trof ik Henk op de metro. Toen stelde hij dat ik op Casey Affleck leek. Juister geformuleerd zei hij dat Casey Affleck in een bepaalde scène van Manchester By The Sea op mij leek. Hij bedoelde het als een compliment of zo vatte ik het toch op. Mazel tov!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Quintidi 25 Ventôse CCXXV

Quintidi 25 Ventôse CCXXV

“The world is through and through pervaded by total music, Reger said, that is the misfortune, at every street corner you can hear extraordinary and perfect music on such a scale that you have probably blocked your ears long ago to stop yourself going out of your mind.”

Thomas Bernhard – Old masters (1985), p. 222

(Straatmuzikanten en hoe ermee om te gaan.)

I

Een gezwollen decennium geleden was ik de trotse eigenaar van een MIVB-abonnement. Puur een kwestie van gemakzucht. De Vlaamse regering had beslist dat wij – studenten van het Nederlandstalige hoger onderwijs in Brussel – gestimuleerd moesten worden om via het openbaar vervoer de hoofdstad te leren kennen. Zodoende werd het gros van de kost van mijn abonnement door de belastingbetaler gedragen. Ik herinner me het bedrag niet maar ik vermoed dat rond de twintig euro overbleef voor eigen geldbeugel. Dan fluistert de sofist: daar kunt ge niet voor sukkelen.

Het waren vreemde tijden. De Volksunie was net gesplit na een pijnlijke stammentwist, de Vlaamse Beweging doolde in de woestijn. Uiteindelijk heeft het MIVB-abonnement mij nauwelijks verleid tot het verkennen der stad. Ooit is aan de toog het plan geworpen om op een vrije middag de metro te nemen, aan elke halte af te stappen en een blokje om te gaan. Zo zouden wij het ondergrondse onlosmakelijk aan het oppervlakkige linken. Het is bij een plan gebleven. We hadden – op schaarse uitzonderingen na – genoeg aan de anderhalve vierkante kilometer tussen ons kot, de universiteit en het café.

Het zijn vreemde tijden. Sinds vorige week heb ik opnieuw een abonnement voor de MIVB. Deze keer zal de kost daarvan volledig worden terugbetaald door de belastingbetaler. Een bizarre manier om vast te stellen dat ik toch enige vooruitgang geboekt heb in dit leven.

II

Op weg naar het MIVB-verkooppunt spotte ik Kolonel Kadhafi in de lange gang tussen Centraal-Het-Treinstation en Centraal-Het-Metrostation. De voormalige despoot van het pittoreske stukje woestijn genaamd Libië. Contrary to popular belief is de man niet overleden op twintig oktober 2011. Het lijk op de foto’s die de wereld rondgingen, was een dubbelganger, die de permanent paranoïde Kadhafi voor exact dit soort situaties in dienst had. Terwijl de foto’s de aandacht afleidden, ging de Kolonel zelf ondergronds. Na heel wat hachelijke avonturen – ik zal u niet vervelen met details – slaagde hij erin Europa te bereiken.

Sinds een jaar of vier verblijft hij in België. Met hulp en bijstand van een kramakkele contrabas komt Kadhafi aan de bak als straatmuzikant. Samen met een handvol oud-ministers speelt hij deuntjes voor toeristen. Als u op een terrasje Aquarela do Brasil hoort of When the saints go marching in dan is het negen kansen van de tien de Kolonel met zijn handlangers. Vorige week in de gang had hij maar één minister bij zich. Ze zaten aan de kant op de grond, staarden met dode ogen voor zich uit. Ze speelden geeneens muziek, hadden wellicht net ruzie gehad. Een parfum de crise walmde om hen heen.

III

Gelukkig had ik die dag weinig nood aan muziek, ik had net een portie ontvangen. Op de metro was een man verschenen met een melodica. Eerst speelde hij Heal the world van Michael Jackson, vervolgens ging hij naadloos over in een aanstekelijke scheut swing manouche. Ik gaf hem achteraf een euro. Daar kunt ge niet voor sukkelen.

Het zijn vreemde tijden. Er zijn geen seizoenen meer. De lente is een état d’esprit. Heel de krokusvakantie heb ik in korte broek rondgebanjerd. Als het ergste dat mij kan overkomen koude knieën is, heb ik verder toch een beestige dag?

De donderdag van de vakantie zong in het verkeerde stuk van de Diestsestraat – niet ver van café de Jeeskesboom – een jongedame op indrukwekkende wijze enige passiefragmenten van Johann Sebastian Bach. Een enorm verfrissend alternatief voor de standaard jongen met dreadlocks en akoestische gitaar, die je wel eens treft in het betere stuk van de Diestsestraat. Ik heb vijf minuten naar de juffrouw geluisterd en had nadien spijt dat ik verder moest. Ik gaf haar twee euro. Tijdens enige ongemakkelijke smalltalk vertelde ze dat ze eigenlijk hoboïst is. Hopelijk bemant ze in de paasvakantie opnieuw haar post.

Nog zeventien keer slapen en het is paasvakantie. Ik spaar alvast mijn stukken van twee euro op in mijn AC/DC-mok met het gebroken oor.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Tridi 23 Ventôse CCXXV

Tridi 23 Ventôse CCXXV

vijandenlijst

vooreerst de man
die het seminarie heeft verlaten
woont nu in een verroeste speeltuin
met vijf rosse katten
soms vecht hij met de blote vuist
soms met messen
zijn naam spreken we
liever niet meer uit

er is de cipier
die mij altijd bewaakt
behalve die ene dag per jaar
dat hij staakt
opdat de buitenwereld
hem niet zou vergeten
zijn hele persoon
negeren we liever

komen we bij de vrouw
die iets bekokstooft in mijn keuken
beperkt haar residentie
tot de eerste verdieping
ze is toch zo bang van mijn salontafel
een wraakoefening
zonder verregaande gevolgen

vervolgens benito
de zondagsrijder
komt bij mij langs
om mij te slaan
met een rode stoel
om zacht te zitten
benito vindt altijd wel
een reden voor visite

tot slot de koning
die mijn loon laat storten
stoot zijn hoofd tegen het dakraam
het geheugen van zijn gsm is blanco
ondermeer daarom
beschouw ik mezelf
als een deeltijdse republikein

kortom de lijst bestaat
maar ik zou haar niet
volledig durven noemen

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Quintidi 5 Ventôse CCXXV

quintidi-5-ventose-ccxxv-kopie

Er is een dialoogje dat ik twee à drie keer per jaar met veel genoegen in gang zet wanneer ik aan mijn vaders eettafel zit en de omstandigheden er zich toe lenen.

Ik: “Weet je al wat je gaat worden als je later groot bent, zuster?”
Kleine Zus: “Nee.”
Ik: “Dat is niet erg. Ik weet ook nog niet wat ik ga worden als ik later groot ben.”
Kleine Zus: (Aarzelt.) “Maar… jij bent toch al groot?”
Ik: (Aarzelt.) “Oei.”

Vervolgens bloesemt de verbijstering in haar irissen. Het is mij onduidelijk of het oprechte dan wel gespeelde verbijstering is. Is dit voor mijn zuster een toneelstukje of een echt gesprek? Ziet zij de clou al aan komen denderen wanneer ik de openingsvraag stel? Speelt zij mee om het ritueel te onderhouden?

Zij weet ongetwijfeld dat ik opzettelijk onzorgvuldig durf om te springen met de waarheid. Zij kent mij al langer dan vandaag. Zij kent mij exact tien jaar.

Drieëntwintig februari 2007 was ik op Brussel-Noord om een trein te ruilen voor een bus die mij naar het Pajottenland zou brengen. Het kleine halve uur wachttijd tussendoor vulde ik met een broodje van de Panos, ook al stond in dat Pajottenland een echt en officieel avondmaal voor mij klaar.

Na het broodje poogde ik mijn mond met een servet sausvlekvrij te maken. Vervolgens ging mijn gsm af. Het was mijn vader om mij de geboorte van mijn zuster te melden en dat ze haar Ilke hadden genoemd.

Ik heb die naam niet vaak gebruikt. Al toen ik haar voor het eerst in mijn armen hield, sprak ik haar aan met Kleine Zus. Vervolgens beloofde ik dat ik er altijd zou zijn om haar te helpen, te steunen en te beschermen. Ze is de voorbije tien jaar ongelofelijk groot geworden maar ze is altijd Kleine Zus gebleven.

De afgelopen maanden passeerde ik acht à tien keer per week op Brussel-Noord maar ik eet er geen broodjes meer. Ik gris Metro’s mee om met stift te bekladden. Ik staar naar de soldaten die ijsberen en moet mij inhouden om hen niet toe te spreken à la sergeant Hartman uit Full Metal Jacket.

“I bet you’re the kind of guy who would fuck a person in the ass and not even have the goddamn common courtesy to give him a reach-around!”

In het Pajottenland kom ik nooit meer. Ik was destijds zo veel ouder. Ik ben nu zo veel jonger. Volgende dinsdag gaan Kleine Zus en ik pannenkoeken bakken en nadien Return Of The Jedi kijken. Je mag dan tien zijn, je mag dan ongelofelijk groot geworden zijn, voor Full Metal Jacket ben je toch nog te jong.

(Als ik later groot ben, word ik Babe Ruth.)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Actuele poëzie XV

actuelepoeziexv

makelaar in maffen

dit is geen ver-van-mijn-bedshow
de kans is verwaarloosbaar klein dat je hier
met het verkeerde been uit bed zal stappen
hier kan je op je twee oren slapen
dit is een gespreid bedje

ik zie dat je het nodig hebt
je hebt geen olie meer in je lamp
je loopt op je laatste benen
je voelt je geradbraakt

dit is het bed dat ik je aanbied
daar moet je je bij neerleggen
dit is de dag
waar je een gat in mag slapen
dit is het schip naar dromenland
waar je onder zeil kan gaan

dit is het boerenerf
waar je met de kippen op stok mag
dit is het vogelpark
waar je een uiltje kan knappen
dit is de portie zelfbedrog
die je geweten in slaap sust

voor de juiste prijs kan je hier
doezelen en dommelen
en tukken en snurken
gewoon even een slaapmutsje nemen
en dan in morpheus’ armen liggen
horizontaal gaan
slapen als een roos

die juiste prijs
is natuurlijk wel een forse som
dus ik begrijp het volledig
als je niet meteen binnenkomt
als je blijft drentelen op de drempel
als je er eerst nog eens
een nachtje over wilt slapen

(Laat ons het erop houden dat ik naar het voorbeeld van de Achterafgedichten in De Morgen af en toe probeer de actualiteit op te sluiten in een gedicht. Soms met succes, meestal zonder. Dit is overigens de laatste editie van actuele poëzie.)

Posted in Actuele poëzie | Leave a comment

Sextidi 26 Nivôse CCXXV

sextidi-26-nivose-ccxxv

de russische keuken

vrienden foodies luister naar mij
in de winter van 1943
tijdens het beleg van stalingrad
konden wij niet kieskeurig zijn
elke dag aten wij diepvriespizza

op maandag margarita
op dinsdag hawaii
op woensdag vier kazen
op donderdag spek
op vrijdag zeevruchten
(vrijdag visdag weet je wel)

in het weekend vrije keus
ik nam meestal spek op zaterdag
en hawaii op zondag
ananas heeft altijd iets feestelijks
verder viel er rond stalingrad
bitter weinig te feesten
vervolgens op maandag
gewoon weer margarita

wij waren jong natuurlijk
en wij wisten niet beter
wij hadden nog nooit
van de voedselpiramide gehoord
laat staan van de voedselzandloper

wij waren jong natuurlijk
en nadenken dat deden wij niet
en vitamines dat kenden wij niet
wij hadden nooit een diëtist gesproken

de legerarts liet gewoon begaan
dokter oetker heette hij
en er werd tijdens het wachtlopen
wel eens gefluisterd dat
zijn voedseladviezen gedreven werden
door het familiebedrijf

verder waren de weersomstandigheden
er eerlijk gezegd niet naar
om warme maaltijden te bereiden
je kon zo’n diepvriespizza
urenlang op het aanrecht laten liggen
dagenlang desnoods
wekenlang zelfs
hij vertikte het te ontdooien

de winter van 1943
toen wij stalingrad belegerden
was een zware winter
wij leefden in primitieve omstandigheden
(eigenlijk hadden wij niet eens een aanrecht)
velen van ons hebben het niet overleefd

tegenwoordig eet ik
bijna nooit meer diepvriespizza
maar een keer of vier per jaar
overkomt het mij toch
dat ik een moord zou plegen
voor nog één keer
een woensdag in januari 1943
voor nog één keer
een pizza vier kazen net zoals toen

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Décadi 30 Brumaire CCXXV

decadi-30-brumaire-ccxxv

Zeggen en schrijven de late jaren negentig. Het era dat in de Verenigde Staten een Clinton probleemloos president mocht zijn. De periode dat Jean-Luc Dehaene niet eens kon dromen dat een bende zieke kiekens zijn partij zou kortwieken. Tussen al dat gedoe: de vijftienjarige ik. Een naïeve knul die de wereld poogde te verkennen maar vaak terugschrok voor wat hij te zien kreeg.

Neem nu de muziek van het tijdsgewricht: een daadwerkelijke auditieve Sahara. Een verregaande drooglegging waarin mijn peers hun eerste cassettetje van Korn verruilden voor hun eerste cd van Limp Bizkit. Verder schenen er mythische wezens te bestaan die uit de bol gingen op de ketelmuziek van Milk Inc. en aanverwante zuivelproducten. Eigentijdse muziek werd voor mij pas drie jaar later interessant, toen The Strokes en vooral The White Stripes de poorten open schopten voor goudeerlijke en opwindende gitaarmuziek.

In afwachting van die betere tijden teerde ik op het verleden middels de cd- en platencollecties van mijn vader. Het is daar en toen dat mijn grote liefdes voor Arno Hintjens, Bob Dylan, Neil Young, Jan De Wilde et les autres zijn ontloken. En ook die voor The Band. Of preciezer geformuleerd: die voor de concertfilm The Last Waltz.

Of ik nu vijftien, twintig, vijfentwintig of dertig ben: ik ben altijd vatbaar voor culturele reputaties. Als iets in Humo of De Morgen werd omschreven als cultdit, klassiekerdat, underground zus of legendarische zo, dan was én ben ik al half verkocht en er als de kippen bij om het te checken. Zo keek ik op de tedere leeftijd van twaalf voor het eerst naar The Last Waltz. Het zou mij niet verbazen als ik intussen aan bezichtiging vijftien zit.

Even de zuivere feiten: The Band was een muziekgroep die in de jaren zestig en zeventig anderhalf decennium lang de meest spannende muziek van de Angelsaksische wereld maakte. Aanvankelijk ten dienste van anderen: ze begonnen in de rug van de Canadese rockabilly wild man Ronnie “The Hawk” Hawkins en werden door Bob Dylan gerekruteerd voor zijn elektrische campagne. Achteraf werkten zij met Nonkel Bob aan The Basement Tapes, lange tijd het Atlantis van de popmuziek doch sinds kort gewoon te krijgen in betere platenzaak. Vanaf Music From Big Pink uit 1968 voer The Band onder eigen vlag.

Als de wind goed zat, leverde die koers compromisloze prachtmuziek op, zonder ego’s of oogkleppen. Zonder ego’s als in: de vijf leden van de groep waren gelijkwaardig, er was geen leider. Wie zong en wie welk instrument bespeelde, werd bepaald in functie van de muziek. Zonder oogkleppen als in: voor die muziek werd niet aan hokjesdenken gedaan. Als het lied vroeg om funky baslijn, een bluesy gitaarsolo en een verhalende tekst dan kreeg het lied wat het verlangde. Het resultaat was muziek om bij te dansen en om naar te luisteren, om bij te rouwen en om bij te vieren, om bij te huilen en om bij te gieren. Kortom: muziek zoals het leven zelf.

Voorbeeldje nodig? Dit is The Shape I’m In, dat oorspronkelijk verscheen op het album Stage Fright uit 1970.

U merkt het: dit is muziek die genres en decennia overstijgt. Omdat hipheid nooit het doel was, belandde The Band rechtstreeks bij tijdloosheid. Je ziet er de zwart-witfoto’s en de sepiatinten bijna automatisch bij. De tabakswalmen, de brandsporen, de laaghangende mist. Een blikken drinkbus onder de blutsen, een porseleinen bord dat wel gebarsten is maar niet gebroken. Onder tafel een muizenval opspannen en laden met een brokje cheddar terwijl buiten de stormwinden beuken. Een wereld waarin de mannen te moe zijn om te slapen en de vrouwen juist weggelopen. Onze harten zijn gebroken en onze organen sterven af maar we moeten verder dus we gaan verder. Het zijn misschien zinloze verhalen maar het is zinvol om ze te vertellen.

Een prachtige formule die helaas binnen de tien jaar op haar eigen grenzen botste. Ondanks het uitgangspunt beschouwde gitarist en songschrijver Robbie Robertson zichzelf steeds meer als de primus inter pares. Tegelijkertijd begon hij het eindeloze toeren beu te raken, ook al scoorde hij zo meer vagijntjes dan Frank Sinatra. Voorzichtig groeide het plan voor een exit in grote stijl, een gepast slotakkoord: een grandioos afscheidsconcert getiteld The Last Waltz. De overige tachtig procent – Rick Danko, Levon Helm, Garth Hudson en Richard Manuel – had geen keuze dan te volgen.

Alzo belanden we op vijfentwintig november 1976 in concertzaal Winterland in San Francisco. Het was Thanksgiving die dag en dat mocht geen toeval heten. The Band had het afscheidsconcert opgevat als een uitgebreid en oprecht dank je wel aan de fans die hen al die jaren gevolgd en gesteund hadden. Van negen uur ‘s avonds tot half drie ‘s nachts werden meer dan veertig nummers lang kosten noch moeite gespaard om het publiek te behagen. Er werd kalkoen geserveerd, er werd poëzie voorgelezen, een blaaskapel werd opgetrommeld en er doken gasten op, waaronder een Bob Dylan, een Neil Young, een Van Morrison, een Beatle en een Stone.

Ook van de partij: Martin Scorsese die met hulp en bijstand van zeven camera’s en een stash cocaïne – tussen Taxi Driver en New York, New York door – alles kwam vastleggen voor het nageslacht. Omwille van praktische beslommeringen kwam die registratie – eveneens getiteld The Last Waltz – pas twee jaar later uit. Robbie Robertson en Martin Scorsese werden goede vrienden en zouden nog vaak samenwerken.

Zo samengevat klinkt dat als één groot succesverhaal maar het ogenschijnlijke happy end van The Band droeg een loodzware schaduw met zich mee. Robertsons beslissing om er als een kleine Alexander De Croo de stekker uit te trekken, liet de vier anderen flabbergasted achter. Al in de vroege jaren tachtig dolven zij de naam The Band terug op en begonnen aan een reeks reünietournees en -platen. Ondanks mooie muziek voerden verbittering, drugproblemen en uiteindelijk zelfmoord de boventoon in die periode.

Die verbittering was het felst aanwezig bij drummer Levon Helm. In zijn autobiografie This Wheel’s On Fire schiet hij met scherp op Robertson. Hij kloeg The Last Waltz aan als een grove leugen, als pure geschiedenisvervalsing. Scorsese – het maatje van Robertson – zou via de montage diens rol binnen The Band systematisch overdreven hebben.

Zuivere waarheid, pure constructie of iets daartussen: de film blijft na vier decennia moeiteloos overeind. Dat bleek al toen ik twaalf was, dat wordt bevestigd elke keer ik er terugkeer. De voorlaatste keer was daags na mijn dertigste verjaardag. Ik had toen het idee dat ik klaar was met The Last Waltz en vatte de screening zelfs op als een afscheid van mijn jeugd. Nu twee jaar later besef ik dat ik dwaalde.

Komende vrijdag is het 25 november 2016, veertig jaar na die legendarische Thanksgiving. Om dat jubileum luister bij te zetten, zijn een groep vaderlandsche muzikanten aan de slag gegaan met het evangelie. In de AB brengen zij onder de naam Winterland ‘76 hulde met alles erop en eraan. Misschien geen veertig nummers lang en waarschijnlijk zonder kalkoen maar wel met gasten. Onder meer Boogie Boy is aangekondigd, stel je voor!

Ik zal er staan in het publiek. Maar niet alleen. Mijn broer en ik hebben het concert opgevat als een uitgebreid en oprecht dank je wel aan de vader die ons al die jaren gevolgd en gesteund heeft. Het zal een avond worden om bij te dansen en om naar te luisteren, om bij te rouwen en om bij te vieren, om bij te huilen en om bij te gieren. Kortom: een avond zoals het leven zelf.

I sure wish I could yodel!

PS: Denk nu vooral niet dat The Last Waltz een foutloze film is. De vijf minuten Eric Clapton zijn vijf minuten van uw leven die u nooit meer terugkrijgt.

PPS: Inzake vestimentaire inspiratie zweer ik bij de truckerspet van Levon Helm, de lange zijden sjaal van Robbie Robertson, het bolletjeshemd van Bob Dylan en het geruite jasje van Richard Manuel. Nu gaan ze mij zien komen op de fuif!

mode

Posted in Uncategorized | Leave a comment