Brommer op zee I

Als je aan het spijbelen was tijdens de eerste aflevering van Brommer op zee mag je mijn nota’s gerust overschrijven.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Tridi 13 Germinal CCXXIX

Die dag op de scheurkalender der Sprekende Ezels

Mijn geslachtsorgaan is niet geschikt voor gebruik in combinatie met kaas. Dan weet u dat.

Ik acht de kans reëel dat uw geslachtsorgaan evenmin geschikt is voor gebruik in combinatie met kaas maar zo ver wil ik vandaag niet gaan. Het is immers niet aan mij om een oordeel – om het even welk oordeel – te vellen over uw geslachtsorgaan.

Het is 2021, het jaar van de os. Het staat elkeen vrij om binnen het kader van de wet naar believen om te gaan met zijn of haar geslachtsorgaan. Er zijn soms praktische bezwaren natuurlijk.

De os – bijvoorbeeld – kan zoals u wellicht weet bepaalde handelingen niet meer voltrekken met zijn geslachtsorgaan. Ook de onlangs overleden pornograaf Larry Flynt was op dat vlak beperkt nadat hij in 1978 verlamd raakte bij een mislukte moordpoging door Joseph Paul Franklin.

Die Joseph Paul Franklin is in 2013 middels een dodelijke injectie geëxecuteerd in de gevangenis van het Amerikaanse dorpje Mineral Point in de staat Missouri. Hoogstwaarschijnlijk is zijn geslachtsorgaan niet meer geschikt voor gebruik.

Met mijn geslachtsorgaan gaat het overigens prima. Het is een jolig, kwiek, levenslustig, uitgeslapen, schalks, dartel en lichtvoetig geslachtsorgaan. Toch is het niet geschikt voor gebruik in combinatie met kaas.

Dat ligt vooral aan de kaas in kwestie of die nu geperst is of ongeperst of korstloos. Of die nu uit Cyprus komt of uit Iran of uit de socialistische republiek Tsjechoslowakije: er hangt sowieso een joekel van een ecologische voetafdruk vast aan die kaas. Aan het methaangas dat wordt uitgestoten door de koe of de geit of het schaap of de kameel die de melk heeft geleverd waaraan de kaas is ontloken.

Ik zou dus adviseren mijn geslachtsorgaan louter te gebruiken in combinatie met linzen en kikkererwten. Duurzame ingrediënten waarmee een beetje kok een heerlijke pot stoof kan brouwen. Laat het u vooral smaken.

(Een ingesproken versie van deze tekst werd afgelopen februari opgenomen in de podcast der Sprekende Ezels.)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Septidi 7 Germinal CCXXIX

Noem het geen derde lockdown, noem het geen paasvakantie, noem het een uitgelezen kans om aan de slag te gaan met de kleurpotloden!

Op deze link vind je een pdf met tien tekstcollages omgezet naar (crappy) zwart en wit. Jaag de pdf door de printer en kinderen van zeven tot zevenenzeventig zullen minstens twintig minuten zoet zijn.

Wel niet vergeten de resultaten achteraf met mij te delen!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Tridi 24 Ventôse CCXXIX

Afgelopen week met veel plezier gelezen: Coming Up for Air (1939), de vierde roman van George Orwell. Dat cijfer is natuurlijk pas relevant als je weet dat de vijfde Animal Farm was en de zesde en laatste Nineteen Eighty-Four.

Het verhaal gaat als volgt: eind jaren dertig overschouwt George Bowling zijn leven – nagelnieuwe valse tanden in zijn mond, verse midlifecrisis in zijn ziel, nieuwbakken oorlog aan de horizon – en vraagt zich af: is dit alles? De eigentijdse ontgoocheling tracht hij te bezweren in het dorp van zijn jeugd. Slecht idee natuurlijk.

Enige favoriete citaten:

p. 43: “They were all true-blue Englishmen and swore that Vicky was the best queen that ever lived and foreigners were dirt, but at the same time nobody ever thought of paying a tax, not even a dog-licence, if there was any way of dodging it.”

p. 44: “By the time the 1906 election came along I was old enough to understand it, more or less, and this time I was a Liberal because everybody else was. The people chased the Conservative candidate half a mile and threw him into a pond full of duckweed. People took politics seriously in those days. They used to begin storing up rotten eggs weeks before an election.”

p. 82: “There’s time for everything except the things worth doing. Think of something you really care about. Then add hour to hour and calculate the fraction of your life that you’ve actually spent in doing it. And then calculate the time you’ve spent on things like shaving, riding to and fro on buses, waiting in railway junctions, swapping dirty stories and reading the newspapers.”

p. 91: “I read the things I wanted to read, and I got more out of them than I ever got out of the stuff they taught me at school.”

p. 110, over de vooroorlogse periode: “And yet what was it that people had in those days? A feeling of security, even when they weren’t secure. More exactly, it was a feeling of continuity. All of them knew they’d got to die, and I suppose a few of them knew they were going to bankrupt, but what they didn’t know was that the order of things could change. Whatever might happen to themselves, things would go on as they’d known them.”

p. 124: “But now and again it so happens that you strike a book which is exactly at the mental level you’ve reached at the moment, so much so that it seems to have been written specially for you.”

p. 132: “And what are the realities of modern life? Well, the chief one is an everlasting, frantic struggle to sell things. With most people it takes the form of selling themselves – that’s to say, getting a job and keeping it. (…) That feeling that you’ve got to be everlastingly fighting and hustling, that you’ll never get anything unless you grab it from somebody else, that there’s always somebody after your job, that next month or the month after they’ll be reducing staff and it’s you that’ll get the bird – that, I swear, didn’t exist in the old life before the war.”

p. 157: “But it isn’t the war that matters, it’s the after-war. The world we’re going into, the kind of hate-world, slogan-world.”

p. 167: “So far as I’m concerned a little poetry goes a long way.”

p. 168: “Perhaps a man really dies when his brain stops, when he loses the power to take in a new idea.”

p. 224: “In my new suit I probably looked prosperous enough to have a wife in a private asylum.”

p. 228: “I knew the type. Vegetarianism, simple life, poetry, Nature-worship, roll in the dew before breakfast.”

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Quintidi 15 Ventôse CCXXIX

In het gezegende jaar des Heren 2020 heb ik als lezer iets meer dan honderd boeken achter de kiezen gekregen. Daarmee wil ik geenszins pochen, dat cijfer verwondert mij evenzeer. Splitsen we die boeken op naar herkomst – hoe zijn ze in mijn klauwen beland? – dan plukken we volgende grafiek.

Een absolute meerderheid van de boeken die ik heb gelezen waren niet mijn eigendom. Hoogstwaarschijnlijk had een ander ze eerder gelezen. Het is eveneens plausibel dat een ander ze na mij ging lezen. Doorgaans breng ik zo’n boekentilboek na lectuur netjes terug. Bij de bibliotheek is dat zelfs nadrukkelijk de bedoeling, anders staan mij zweepslagen te wachten of een verblijf in het schandblok.

Kortom: ik heb geen smetvrees als het op boeken aankomt en ik ben niet bezitterig. Misschien ben ik zelfs een letterkundige marxist die de wereldliteratuur aanschouwt als een eengemaakte collectie waaraan ieder bijdraagt naar vermogen, waaruit ieder put naar noodzaak.

Derhalve lees ik zeer regelmatig in andermans voetsporen. DNA en vingerafdrukken natuurlijk maar ook meer zichtbare restanten. Koffievlekken en ezelsoren. Potloodkruisjes, markeringen en notities in de marge. Bladwijzers natuurlijk, veel bladwijzers.

Twee weken geleden las ik dankzij mijn plaatselijke openbare bibliotheek Revolusi – Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld van David Van Reybrouck en vond daarin maar liefst twee bladwijzers. Een toegangsticket voor het Museo di Capodimonte in Napels van 24 februari 2020 en een groepsticket voor Herculaneum van twee dagen later.

Heel mooi dat ik die biljetten exact een jaar na datum tegenkwam. Toch roept het ook vragen op. Revolusi is afgelopen november verschenen, ik mocht het half februari ophalen in de bib. Houdt de persoon die voor mij las alle museumtickets bij om als de tijd rijp is te hergebruiken? Of speelde hier het element van nostalgie?

Eind februari 2020 was natuurlijk de luwte voor de coronastorm. Een laatste flard van dat fameuze oude normaal. Nadien kwam de tijd waarin reizen naar het buitenland indien niet verboden dan toch sterk afgeraden was. Ik stel mij Lezer X graag voor als een plichtsgetrouw persoon, iemand met gezond verstand en verantwoordelijkheidszin, een Mensch.

Speelden de bladwijzers de rol van talisman, zoals naar verluidt ook konijnenpoten dat plegen te doen? Een hoopvolle vooruitblik naar een definitief einde der lockdown en een leven nadien. Of was het toch een terugblik, heimwee naar het Europa zonder grenzen dat tijdelijk tussen haakjes was gezet? Misschien was zelfs de boekkeuze een manier om zuiver mentaal af te reizen naar de Republik Indonesia. 2020 was een prima jaar om de oude slogan “Wij reizen om te leren” om te buigen naar “Wij lezen om te reizen.”

Posted in Uncategorized | Leave a comment