Ruimte voor gekerm IV

Ruimte voor gekerm IV

Doordat de vorige trein dankzij de nodige vertraging maar twee minuten eerder overvol was afgetaaid, trok de mijne zich op gang als een aangename koker ademruimte. Ik had plaatsgenomen in zo’n wagon met aan de wanden louter klapstoeltjes om mensen met fietsen te faciliteren. Evenwel zonder dat er ook echt mensen met fietsen gebruik maakten van die mogelijkheid.

“Een beetje spread the love maar ook een beetje kritiek,” zo vatte het meisje tegenover me haar boodschap samen. Ze zat tussen haar moeder en haar jongere zus in met een alcoholstift te kleuren op de achterkant van de broodzak die De Standaard haar lezers vorige lente in de maag heeft gesplitst. Ze legde minutieus uit hoe ze de contouren van haar woorden thuis aan het bureau had getekend. Treinreizen lenen zich minder voor precisiewerk, inkleuren daarentegen is per definitie al ruwer. Ik keek met een half oog op uit mijn boek over jazz en las ondersteboven: “Fuck the system – Love the planet.”

Wachtend onderaan de trappen van het station at ik mijn boterhammen op. Mieke Vogels kwam bij de laatste kruimeltjes diezelfde trappen afgestormd met het enthousiasme van een kleuter die na een week huisarrest eindelijk buiten mag spelen. Nog tien minuten later vond ik het deel van de wandelclub waar ik zelf bij wilde aansluiten.

Ter hoogte van de Botanique vertelde mijn compagnon over haar plan om dit jaar enkel vrouwelijke auteurs te lezen. In gedachten zag ik de zwemvijver voor me van de camping waar ik The Bell Jar van Sylvia Plath had gelezen in de schaduw van het schimmige klooster uit de erfenis van koning Boudewijn. Ik probeerde te berekenen hoeveel jaar het geleden was maar ik kwam er niet uit. Met koude voeten is het lastig hoofdrekenen.

Net achter ons liep een roedel jongeren van een West-Vlaamse jeugdbeweging. Zij sleepten een enthousiasme mee dat liet uitschijnen dat de oplossing voor het klimaat enkel uit hun gewest kon komen. Om hun punt kracht bij te zetten, zongen ze My heart will go on van Céline Dion. Wie dringend een anthem nodig heeft, kan het zich niet altijd veroorloven kritisch te zijn.

Eerder die dag had de jobstudent in de superette om de hoek zich met grote gebaren kritisch uitgelaten over dat nummer. Ik zou willen concluderen dat hij een klimaatnegationist is maar wat voor inspanningen bij de interpretatie van de feiten moet ik mij dan niet getroosten?

Posted in Ruimte voor gekerm | Leave a comment

Quartidi 14 Pluviôse CCXXVII

Voorlopige planning van de Geert Simonis Huiskamertour. U merkt het: nog tijd genoeg over om uw eigen woonkamer er tussen te wurmen. Contacteer ons!

advertentie feb 2019

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Ruimte voor gekerm III

ruimte voor gekerm iii

Als we alle bochten één voor één wegdenken, ging men mij voorlichten over de vers gesmede plannen van de mensen en de muizen. Intussen vergeelde de tijd langzaam aan de horizon en verveelde de sneeuw zich wijdlopig op de hoek van de straat.

De zaal was verrassend ruim en had veel ramen maar meer tafels dan ramen en ook nog eens meer stoelen dan tafels. Iets meer dan de helft van de vensters torsten papieren kerststerren in diverse stadia van ontbinding. Aan de linkerkant vielen de gordijnen net iets valer uit dan rechts. Neem een potlood en een kladblad en reken even in stilte uit wat dat zegt over de oriëntatie van het gebouw.

Ik tapte uit een bijna lege thermos nog net twee kartonnen bekertjes koffie en zocht met beide bekers in mijn rechterhand geklemd een plaatsje uit. Op die manier schroeide ik maar één van mijn beide handen. Geen perfecte oplossing, desalniettemin een oplossing.

Een geslurpte slok of drie later wandelde een mevrouw binnen met een jas in luipaardprint. Ze zocht een plaatsje uit, hing haar jas over een stoel en nam zelf plaats op de stoel ernaast. Het vest dat ze droeg, had ook een luipaardmotief. Een uniek staaltje biologie en uiterst geavanceerde camouflage maar wees gerust: beide motieven waren niet identiek. Middels gedetailleerde studie kon ik kleine nuances ontdekken en het vermoeden dat ik hier een bedreigde diersoort mocht bezien.

Het glas achter de spreker bood mij een puik zicht op een huis aan de overkant, dat volgens een pancarte aan de gevel recentelijk was verkocht. Zo kreeg ik een fragmentarische inkijk op het leven van de huidige, uitdovende bewoners. Een pot vrouwentongen uiteraard maar ook een drietal slingers van het type dat kleinkinderen wel eens knutselen op de kleuterschool en helemaal links een afvalkalender van het verlopen jaar.

Een paar uur later zat ik gehuld in een te dun deken en een alomvattende stilte op de bank met de allerlaatste pagina’s van het allerlaatste boek uit de Harry Potterreeks. Ik veegde met ruwe handgebaren een paar traantjes weg en tapte uit mijn overvol hoofd de afgezaagde vraag: “Wat moet ik nu aanvangen met mijn leven?”

Posted in Ruimte voor gekerm | Leave a comment

Ruimte voor gekerm II

ruimte voor gekerm

Vrijdag mocht ik met een collega een piano verhuizen, wel twee verdiepingen omhoog terwijl de zon gestaag onderging. Ik had me nooit eerder zo Laurel & Hardy gevoeld, ik miste zelfs de vereiste stropdas nauwelijks. Een dag later zag ik in een beschaafd land rond koffietijd een trailer voor de film Stan & Ollie van John S. Baird, die – jawel! – het ware verhaal vertelt van Arthur Stanley Jefferson en Norvell Hardy. Vanaf medio maart hopelijk ook in een bioscoopzaal niet ver van u!

“Hoezo ware verhaal?” hoor ik u denken tot in mijn atelier. Wel, op het witte doek was het dunne kneusje Laurel steevast de dupe van de handel en wandel van de gargantueske bullebak Hardy. Achter de schermen heerste echter een totaal omgekeerde maar even rigide rolverdeling. Het wandelende napoleoncomplex trok er aan de touwtjes van de Lamme Goedzak tot de dood hen scheidde.

Eerder die dag bezocht ik voor het eerst in mijn leven een filiaal van Starbucks en ging bijna ten onder aan zoveel spanning, sensatie en kitsch. Verder was het weekend voornamelijk gevuld met het puin van de Beeldenstorm en een bescheiden resem mooie woorden.

Zo bracht een snackkoerier vermomd als salamander mij naar afspraak een getijdenboek. Bij wijze van fooi gaf ik hem ten halve lijve een deurnaald. Het boekwerk borg ik snel weg in een kist met acht sloten, die ik stuk voor stuk vergrendelde met evenveel sleutels. Door het raam deed een lage zon mijn ogen gemeen tranen, de warmte van het vertrek bestoomde bovendien mijn bril. Ik reinigde de glazen met een doekje waarop het portret van Maarten Luther prijkte.

Vlak voor het einde van het weekend wandelde ik naar de glasbak en de boekentil om er respectievelijk drie bokalen en een banaal schrijfsel te dumpen. Hoe verder ik het park betrad, hoe kouder mijn handen het kregen van het dragen van het glas. Op een bankje zaten drie hangjongeren, die zo te zien ook last hadden van koude handen. Zij zochten hun heil in lange blaadjes en specerijen tot ze afdoende voorzien waren van toeters en bellen.

Zelf zocht ik mijn heil in mijn bed en daar heb ik het ook gevonden.

Posted in Ruimte voor gekerm | Leave a comment

Ruimte voor gekerm I

ruimte voor gekerm

“For as it turns out, one can revisit the past quite pleasantly, as long as one does so expecting nearly every aspect of it to have changed.”
A Gentleman in Moscow (2016) van Amor Towles, p. 491

Mijn vader zat achter het stuur, ik rechts van hem. Het gros der gekozen wegen herkende ik uit de tijd dat ik achter het stuur zat en mijn vader rechts van mij. De periode dat ik nog een rijbewijs ging halen, toen wij menig zondagmiddag rondtoerden op zoek naar leerrijke kruispunten en rustige straatjes voor achteruit parkeren.

Eerder die dag bleek het cryptogram aan de moeilijke kant te zijn. Na lezing van de creatieve adviezen van Pjeroo Roobjee in dezelfde weekendbijlage – schilderen bij daglicht en schrijven na zonsondergang, gesnopen? – waagde ik een tweede poging met meer succes. Niet dat ik “betreffende het Franse keizerrijk” meteen wist om te zetten naar “empirisch” maar de eindoplossing, Pierre-Auguste Renoir, nam gestaag vorm aan op het blad. De man wiens Le déjeuner des canotiers mijn moeder ooit had geborduurd.

Vroeger toen mijn moeder nog borduurde is langer geleden dan vroeger toen ik nog een rijbewijs ging halen.

Later die dag zou ik op het familiefeest een wankele toren bouwen voor de kinderen van mijn neven en nichten. De kinderen mochten nadien de toren omver schoppen terwijl ik ternauwernood verborgen hield dat ik van hun namen enkel de klinkers kon onthouden. Een half uur later bouwden zij een lagere maar robuustere toren, die ik omver mocht schoppen. Prima wisselwerking.

De precieze overgang tussen eerder die dag en later die dag viel tijdens de autorit met mijn vader achter het stuur en ik rechts van hem. Een haast tastbare modulatie in het landschap maakte zelfs zonder bordje duidelijk dat we een grens hadden overschreden. Aan de andere kant waren de huizen mooier en de bewoners gelukkiger. Glanzende paarden liepen energieke rondjes in ruime weides met mals gras. Om de drie kilometer arbeidde een groepje buren samen om een windmolen op te richten. Nergens iemand te zien zonder glimlach of met een droeve blik. Voorwaar een tweede Eden.

Het was mijn eerste bezoek aan Pelt, de plaats waar ik geboren ben. Het viel niet tegen.

Posted in Ruimte voor gekerm | Leave a comment

Primidi 21 Nivôse CCXXVII

primidi 21 nivôse ccxxvii

De mooiste korte verhalen ter wereld verschuilen zich in de mooiste zines ter wereld. De mooiste zines ter wereld verschuilen zich in de mooiste enveloppen ter wereld. Die korte verhalen, die zines en die enveloppen komen allemaal uit de koker van Wim Paeshuyse, de baas van de Kempen, de mooiste Kempen ter wereld.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sextidi 16 Nivôse CCXXVII

sextidi 16 nivôse ccxxvii

De nacht van donderdag op vrijdag droomde ik dat ik voor het eerst in jaren naar Pukkelpop ging. Op de wei in Kievit verdwaalde ik meteen omdat er sinds het heengaan van de Skate Stage alleen maar tenten waren bijgekomen.

Op een piepklein podium zag ik een kort maar krachtig optreden van een jonge, hippe garagerockgroep met twee frontmannen. Hoe kort precies? Wel, ze stopten er mee na één nummer van om en bij de drie minuten.

Het enthousiaste publiek kalmeerde ogenblikkelijk en de plankenvloer leegde zich op ordentelijke wijze. Beide frontmannen verlieten het podium door er zich aan de voorkant vanaf te laten zakken, vervolgens klauterden ze over de veiligheidshekken heen.

Ze kwamen in het midden van de plankenvloer net iets te dicht bij me staan en vroegen of ik afkomstig was uit Diest. Ik moest hen teleurstellen met de verzekering dat ik van Pelt ben. We zijn immers allemaal van Pelt. Behalve onze pa dan, die is van Oudsbergen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment