Tridi 13 Brumaire CCXXV

tridi-13-brumaire-ccxxv

eigenrichting

we hebben geen schoorsteen
het is daarbinnen donker
welkom thuis
jorge ik ben boos
ik weet niet wat ik doe
als je wakker ligt
met volharding en toewijding
je bent zo intelligent

toen ik zestien werd
kreeg ik whiskey van je
je bent een echte heer
het was me een genoegen
ik heb het je nooit verteld
luister naar me
laat me je hand eens zien
schiet op

wij zijn goede vrienden
ik wil je kop eraf
dat mag niet gebeuren
ik weet niet wat ik moet doen
ben je vandaag jarig
ik ben nu alleen en spiernaakt
en ik ga zo uit eten met je familie
het resultaat van al mijn werk

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Décadi 10 Brumaire CCXXV

decadi-10-brumaire-ccxxv

gedicht om naar links te swipen

nadat de tronie van donald trump
was verschenen op de lijkwade van
turijn verdrievoudigde de verkoop
van papieren zakdoekjes in het
supermarktje bij mij om de hoek
ik wil niet suggereren dat er een
verband is

misschien ben ik het gewoon die
ze koopt en vervolgens één voor
één volhuilt nu het meisje mij alleen
heeft achtergelaten in een net iets
te groot net iets te duur appartement

ach ja kan ik eindelijk weer
ongestoord naar the jesus and mary
chain luisteren bij het ontbijt en
naar einstürzende neubauten vlak
voor het slapen gaan zonder dat er
meteen gediscussieerd moet worden
over waar precies de grens ligt
tussen muziek en lawaai

voor de duidelijkheid ik zou zowel
the jesus and mary chain als
einstürzende neubauten klasseren
onder de p van pokkeherrie de k
van kabaal en de g van geluidsoverlast

maar the jesus and mary chain is als
trammelant veel efficiënter om mee
te ontwaken dan een koude douche
en anderhalf anker koffie en bij
einstürzende neubauten ben ik
verslingerd aan hoe rustig het in mijn
hoofd is na het aflopen van het plaatje

je moet toch wat
als man alleen
als man zonder tinder

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sextidi 26 Vendémiaire CCXXV

sextidi-26-vendemiaire-ccxxv

Deze vertrekken zijn nog nooit zo leeg geweest. ‘s Avonds ga ik slapen in het donker, ‘s ochtends ontwaak ik in diezelfde staat. Mijn laatste en eerste wakkere momenten vul ik elke dag met de nieuwe Nick Cave. Langzaam probeer ik te leren dat mijn pijn en tristesse niet pijnlijker en triestiger zijn dan die van een ander. De rest van de dag houd ik mij overeind met de Moordballades en boetseer hoekige structuren uit betraande proppen keukenrol. Ik doop ze Deernis alvorens ze achter te laten bij het oud papier.

Deze vertrekken zijn nog nooit zo leeg geweest. Ze heeft enkel haar sleutel nog terug te bezorgen. De prullaria die ze heeft achtergelaten zijn opgegeven kliekjes. Bittere afscheidsgeschenken, misschien zelfs verborgen boodschappen. Een postvakje om mij aan te moedigen verder te gaan met papieren briefwisseling? Een potje rosse munten om te onderstrepen dat ik nu iemand ben die je – zoals de uitdrukking het wilt – vijf frank zou geven.

Deze vertrekken zijn nog nooit zo leeg geweest. Geen gebalde verhuis van één dag maar een gespreid proces. Alsof het huis van zijn inhoud beroofd is door een inbreker met geduld. De metafoor van de boom die zijn loof verliest onder het beuken van de wind, de regen en de tijd dringt zich op maar ze klopt niet. Een beetje deftige boom verliest in het scharnierpunt tussen herfst en winter al zijn bladeren terwijl de helft van de inboedel gewoon blijft staan. Mijn helft. De fundamenten waarop ik mijn bestaan terug zal rechtzetten. Eerst maar eens een tapijtje kopen om de kamer samen te knopen.

Deze vertrekken zijn nog nooit zo leeg geweest maar eigenlijk valt de leegte niet eens zo hard op. Het zijn niet de lacunes die beklemtoond worden maar de onderliggende structuren. Zoals een taalkundige met hulp en bijstand van krijt en bord een zin fileert en ontdoet van overbodige woorden: de betekenis verdwijnt maar het grondplan komt bloot te liggen. Wat hier in de lucht hangt is mijn grammatica, mijn dna. De basispremisse dat ik een man ben die genoeg heeft aan een goed boek over de Verlichting, een schone plaat van Chet Baker en een trage film van Jim Jarmusch om met een gelukzalige glimlach in de afgrond te staren.

Zou jij met die basispremisse kunnen leven, geef dan gerust een seintje. Het vraagt slechts vijf minuten amoureuze moed. Bij wijze van eerste afspraakje opteer ik voor een filmvoorstelling. Jij mag kiezen tussen Novecento van Bernardo Bertolucci en Lost Highway van David Lynch. Met de eerste test ik jouw geduld, met de tweede jouw weerbaarheid. Indien Guy Verhofstadt, gelieve zich te onthouden.

Deze vertrekken zijn nog nooit zo leeg geweest. Et alors?


Posted in Uncategorized | 1 Comment

Sextidi 16 Vendémiaire CCXXV

sextidi-16-vendemiaire-ccxxv

Tijdens de kennismakingsronde kwam de opdracht mezelf te vergelijken met een kunstwerk. Meteen dacht ik aan Het verdriet van België en Het goddelijke monster. Ooit heb ik geleerd dat het schild der zelfspot mijn ingewanden het best afschermt in de omgang met de ander.

Ik besloot echter mild te zijn voor mezelf en antwoordde: het verzameld werk van Phil Bosmans. We zijn beiden Limburgs, we zitten beiden vol goede bedoelingen, we zijn beiden aan de melige kant. Daar stoppen de gelijkenissen. Nog steeds zelfspot maar de zachte variant. Mensen aan het lachen, veiligheid gewaarborgd, missie geslaagd.

Er is niks mis met mild zijn voor mezelf. Ik hoef mijn bestaan geen pootje te lappen, het is in staat op eigen houtje te struikelen. Misschien beginnen hier en nu mijn mildernisjaren. Misschien maak ik mezelf iets wijs. Misschien sluiten de twee opties elkaar niet uit.

Twee dinsdagen geleden woonde ik een gespreksavond bij met schrijver Rodaan Al Galidi en regisseur Manu Riche. Eigenlijk had die laatste kunnen thuisblijven, Rodaan beschikte over voldoende charisma om de hele boel op zijn schouders te dragen. Hij deelde bittere observaties uit en zoete grapjes en gedichten die mijn moedertaal in een ander daglicht plaatsten. Desalniettemin kwam de frase die bleef hangen van Manu.

“Goede bedoelingen maken heel veel stuk.”

Een dinsdag later had ik een afspraak met het verleden maar er daagde niemand anders op. Mijn lieux de mémoire zijn een onherbergzaam landschap. In het café waar ik koffie dronk om te bekomen, speelde een cd van ABBA. Bij elk nummer drukte de serveuse na een minuut of twee op de skipknop. Ik ben niet de enige die niet weet wat ‘ie wil.

Tussen die twee dinsdagen in is mijn bestaan twee maal in duizend kleine stukjes uiteengespat. De eerste keer heb ik het nog met duct tape gerepareerd. Drie dagen later bleek dat ik niet genoeg had gebruikt.

Regenachtige groeten uit de fusiegemeente Zak-en-As. Een goede plek om te wachten op de barbaren. Ik denk dat ik ze al hoor komen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Jour de la révolution CCXXIV

jour-de-la-revolution-ccxxiv

pindakaastaart

er blinkt een mes tussen je gebit
alsof er aan de overkant van een ravijn
iemand naar mij loert met een verrekijker

geloof me nu maar
ik had het meteen gezien
je hebt vanochtend
je tanden niet gepoetst

elke stommiteit begaan
op exact het juiste moment
zie daar mijn recept
voor een geslaagd leven

dus buig je hoofd
denk aan een stinkzwam
verlucht het gazon
voor je op bijscholing moet

dat reist een pak simpeler
van douane naar douane
van snoepwinkel naar discotheek
van bidsprinkhaan naar zwarte weduwe

overal een feestje met jou
overal gebak om aan te snijden
en uit te delen
vandaar misschien het mes
dat blinkt tussen je tanden

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Jour du travail CCXXIV

jour-du-travail-ccxxiv

Als ik mijn herinneringen combineer met wat de Internet Movie Database beweert, zal het zaterdag 20 juli 1996 geweest zijn. Buiten regent het behoorlijk hard. Ik zit knus in een comfortabele bus. We staan geparkeerd aan een verlaten landweg in de Voerstreek.

Ons gezin – er zijn plausibele bezwaren tegen het gebruik van dat woord, die bezwaren lap ik even aan mijn laars – heeft zich ingeschreven voor een fietstocht. ‘s Ochtends zijn de fietsen in een aanhangwagen van formaat geladen en wij in de bus.

Fietsen in de Voerstreek klinkt makkelijker dan het is. Het landschap heuvelt er ferm, langdurig bergop fietsen vermoeit een mens. Verder is er de regen, waarop niemand echt heeft gerekend. Tussen schaarse droge momenten door schuilen we urenlang in de bus.

De buschauffeur zet Tom and Jerry: The Movie op, die kan niet boeien. Uit verveling sla ik Het Belang Van Limburg open. In het hoofdartikel van het cultuurkatern wordt Sean Connery uitgeroepen tot oudste actieheld ter wereld, ook al leeft Charles Bronson nog. Een voorbeschouwing op The Rock, die later die week in de zalen zal komen.

Een film die ik sindsdien meer dan twintig keer heb gezien. Geen seniliteit die de tagline “There’s a hostage situation on Alcatraz” uit mijn hoofd gebrand zal krijgen. De Voerstreek heb ik in al die jaren geen blik meer waardig gegund. Heel af en toe fiets ik eens langdurig bergop.

Vandaag is er opnieuw sprake van een gijzeling op Alcatraz. Ditmaal geen toeristen, ik ben de gijzelaar. Een erg overspannen metafoor voor een erg ontspannen situatie. Ofschoon de plaat eind 2015 uitkwam, raakte ik pas in 2016 helemaal in de ban van Alcatraz van De Held.

‘s Mans naakte, broze liedjes waren mij bij zijn debuut vier jaar geleden al opge- en bevallen. Op zijn tweede test hij voorzichtig hoe ver je intimiteit kan laten drijven op een iets meer orkestraal vlot.

De beste vraag erover las ik in Metro: hoe komt het dat Stijn Meuris die titel nog niet gebruikt heeft? De Held slaagde er niet in een bevredigend antwoord te formuleren.

Mijn favoriete nummer is Het stormt. Zes regels tekst die een wereld van pijn en miserie akelig dichtbij brengen. De titelfrase wordt herhaald zonder dat hij banaal of lachwekkend wordt. Dat is een prestatie om te belonen met een Nobelprijs of twee. Ik dacht aan Fysiologie en Scheikunde.

Het schijfje Alcatraz is een eiland om te bezoeken met grote tranen en kleine huilbuien. Eigenlijk is het nu nog te mooi weer om ernaar te luisteren. Dat het maar gauw herfst wordt, maanden van regen, Voerstreek der jaargetijden, seizoen dat me ligt.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nonidi 9 Thermidor CCXXIV

Nonidi 9 Thermidor CCXXIV

Vijf dagen na de nationale feestdag hangt bij de overbuurman nog steeds de driekleur voor het keukenraam. Ik verkeer in de feitelijke onmogelijkheid zijn afwas en zijn croque monsieurapparaat te bespioneren. Op elk uur van de dag zie ik slechts het zwart-geel-rood met knal in het midden daarvan het Jupilerlogo.

Die combinatie – het verheven idee der standaard en de platte commerce van het logo – komt haast obsceen over. Alsof een duif op de kroonjuwelen heeft gescheten, alsof een haastige hiphopper een slordige tag heeft achtergelaten op de voordeur van het koninklijk paleis.

Einde maart heeft de overbuurman zijn keukenraam bekleed met die vlag. Een steunbetuiging aan de slachtoffers en nabestaanden van Zaventem en Maalbeek. Misschien overwoog hij enkele maanden later het weghalen maar vond hij dat niet de moeite met het nakende EK. Vervolgens won Greg Van Avermaet een rit in de Tour en nu staan natuurlijk de Olympische Spelen voor de deur.

We mogen overigens niet vergeten dat dit de Olympische Spelen zijn die Bartje Somers destijds zo graag naar Vlaanderen wilde halen.

Om even terug te komen op het EK: dat heb ik volledig links laten liggen. Tijdens het laatste WK heb ik het voetbal anderhalve match lang een kans gegeven. Daar vooral uit geleerd dat die sport en ik best bestaan op twee evenwijdige rechten. U herinnert zich vast uit de les wiskunde dat die elkaar nimmer kruisen. Zo heeft Euclides het destijds geformuleerd, zo geloven wij dat nog steeds.

Van België-Ierland heb ik gebruik gemaakt om naar het warenhuis te gaan. Daar liepen drie mensen rond in een outfit van de Rode Duivels. Drie aparte mensen, niet één gezelschap van drie mensen. In een Rode Duivelspakje. Terwijl die Rode Duivels speelden. Wie dachten zij voor de gek te houden?

Tijdens het noodlottige Wales-België ben ik gaan zwemmen. Zelden zo rustig mijn baantjes getrokken. De redder volgde de match op een grote televisie in de aanpalende fitness. Hij hield een andere zwemmer op diens verzoek regelmatig op de hoogte van de stand. Die zwemmer moet misschien maar eens nadenken over zijn prioriteiten.

In een eerste draft – het manuscript gaat al een tijdje mee – begon deze tekst met de paragraaf over België-Ierland en eindigde hij met die over Wales-België. Doe ik namelijk graag: eindigen waar ik begonnen ben. Een eeuwenoude narratieve truc die door iedereen tussen Homerus, Martin Scorsese en hun beide grootmoeders volledig is leeg gemolken maar die ik desalniettemin graag dunnetjes overdoe.

Tot aandachtige lezer Alexander op een gedicht van me reageerde met:

“Een Simoniske doen: in de laatste alinea terugkoppelen naar de eerste alinea. (Ja, ik ben meteen heel wat teksten op je blog aan ‘t lezen. Altijd leuk, maar dat simoniske raakt afgezaagd na een keer of vier.)”

Structuur is mijn zwakke plek. In de terminologie van Homerus: mijn achilleshiel. In de films van Martin Scorsese: de Joe Pesci van mijn crew. Botter geformuleerd: ik suck in structuur. Bij het schrijven, bij het leven, bij het n’importe quoi. Mijn enige keuze is pakken wat ik pakken kan en dat was dan meestal de cirkelstructuur maar nu durf ik dus niet meer.

Eigenlijk is het ook helemaal geen structuur, het is een placebo. Moedwillig een echo creëren om bij de lezer een belletje te doen rinkelen en zo de illusie van coherentie op te wekken. Bluffen en hopen dat ik ermee wegkomt. Ik herkende dat aspect van mezelf heel erg in volgend zinnetje uit Paul Baeten Gronda’s heerlijke Wanderland:

“Ik had uiteindelijk negenentwintig werken op doek, noemde het geheel een reeks en titelde de reeks Forever Dead.”

Waarschijnlijk is mijn problematische verhouding met structuur verbonden met mijn voorkeur voor de korte tekst. Ik denk dan niet zozeer aan mijn gedichten en andere teksten hier maar aan mijn stiftgedichten en collages. Een handvol woorden, zelden meer dan vijftien, nooit meer dan twintig, een relatief duidelijke betekenis, afronden en maken dat ik wegkom.

Gisteren klikte ik mezelf een pad doorheen enkele oude stiftgedichten – zo oud dat ik ze zelf vergeten was – en raakte daarbij een paar keer oprecht onder de indruk. Een erg fijn gevoel. Kortom: ik zal mij zonder wroeging blijven toeleggen op de korte vorm om waar mogelijk de hachelijke omgang met Dame Structuur te vermijden. Dat ik dat voornemen formuleer in een best lange tekst is ironie die u er gratis bijkrijgt.

Of zoals Jan Van Hove het verwoordde in zijn wonderschone afscheidsinterview:

“Je moet je mogelijkheden en beperkingen kennen. Ik schreef mijn stukje in de krant, zo keurig en professioneel mogelijk. En als het af was, schreef ik een volgend stukje.”

Posted in Uncategorized | Leave a comment