Quartidi, 4 Ventôse CCXX

Stel ik mij de kruimel wereld die ik ken voor als een handzaam kortverhaal, dan is de brok wereld die ik niet ken het verzameld werk van Lev Tolstoj, keurig voorzien van inleidingen, voetnoten, nawoorden, analyses, commentaren. Het was de ochtend na het Mardi Gras en ik had niet zo veel geslapen. Ik verkende net geen vijf kilometer binnenstad tussen mensen met honden, mensen naar hun werk, mensen recht uit de kroeg. Een typologie van meisjes zou serieus van pas gekomen zijn, er zijn nu eenmaal dingen die je niet kan verbergen achter lippenstift en rouge.

Meisjes die de muurschildering van Tintin en Amérique in Brussel Zuid omschrijven als “that huge painting”. Meisjes die jarig zijn, flipflops dragen op de metro en vervolgens blootvoets door de wagon te banjeren. Meisjes die frieten serveren bij het ontbijt. Meisjes die de boeken van Franz Kafka kafkaiaans noemen en skikledij gaan kopen. Meisjes die hun vrijgezellenavond vieren door sensueel te schaduwboksen met een buikdanseres. Meisjes die het zebrapad oversteken terwijl het rood is en de flikken erop staan te kijken. Meisjes die klagen dat je lawaai maakt in de bibliotheek en hun jacht op chicklit verstoort. Meisjes die geloven dat alles wat in de Bijbel staat waar is “maar niet letterlijk”. Meisjes die doen alsof ze in de linkerarm van de man voor hen gaan bijten. Meisjes die luidkeels En dans van Clouseau door de pub schreeuwen. Meisjes die je complimenteren met de slagzin op je manbag.

De categorieën overlappen en de lijst is niet volledig. Voor het allereerst overviel mij de gedachte dat ik had moeten stretchen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Septidi, 27 Pluviôse CCXX

(Great American novel – take one.)

Neil Young en Crazy Horse draven terug rondjes in dezelfde manege. Het beste nieuws dat 2012 al bracht. Toch bulderde Admiral Freebee donderdag in de Roma dat het een slecht jaar is voor de rock & roll. Als kind vond ik manege een moeilijk woord en verbasterde het tot mayonaise. Hoongelach van de kinderen van de zus van het toenmalige lief van mijn moeder. Dit is zo’n opstel over Admiral Freebee dat minstens even veel over Neil Young gaat.

Als Neil – al dan niet met Crazy Horse – op Old Black door de geluidsmuur breekt, kunt u eieren koken in mijn bloed. Contacteer Piet Huysentruyt als het toch misgaat. Ik ben echter gehechter aan ‘s mans akoestische kant. Harvest, Unplugged, Live at Massey Hall 1971. Zo heb ik hem leren kennen toen de dieren nog roddelden. Een bleke knaap met vettig haar in een stoffige veston. Een ijzige Wijchmaalse avond. Een antieke BBC-opname gerecycleerd voor Walk on by: The story of popular song. Babysitten op drie kinderen in het huis van hun grootmoeder.

Een krappe twee jaar geleden waren Admiral Freebee en ik malkander beu. Niet meer per twee naar de film, niet meer per twee naar de feestjes. Geen duidelijke schuldige, geen nood aan pek en veren. De bard trekt deze lente solo door de Lage Landen en ik wilde peilen hoe het zat. Zoals ik na elke droge periode tegen een Duvel de wens prevel nooit meer ruzie te maken. In Borgerhout zetten snackbaruitbaters de muziek luider zodra je bord leeg is.

Freebee had zijn liederen naar het medisch schooltoezicht gestuurd. Een voormiddagje met de bus naar Overpelt. Liederen die paraderen in hun ondergoed. Het vergelijken van testikels met kralen, het voorspellen van groeispurten. Con Air. Het leverde een solide show op die tijdens de bisronde instortte onder te veel flauwekul. Voor crappy witzen over The Voice van Vlaanderen is er Twitter.

Het enige nummer dat een elektrische gitaar kreeg, Vomit in law, was een serieuze sof. Verder blonken de liederen die het ingrijpendst veranderd waren het felst. Ever present. Wilde bronco’s herleid tot tamme pony’s. Oh darkness. Harley Davidsons uitgekleed tot kleine fietsjes om zachtjes op te rijden. Bad year for rock & roll. Misschien gewoon de songs van toen ik de soap nog volgde.

Als een gewiekste goochelaar onthulde Freebee over hoeveel stemmen hij beschikt. Dat er een Randy Newman en een Meat Loaf in hem schuilen. Die laatste alter had hij beter achtergelaten in de kelder. Vastgebonden met een sok in de mond. De Admiraal deed niets dat ik niet verwachtte maar ik verkies thuiskomen in vertrouwdheid boven thuiskomen in de kou. De dag nadien veroverde ik Jericho. Het einde van veertig jaar woestijn. Dit was zo’n opstel over mezelf dat minstens even veel over u gaat.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Décadi, 20 Pluviôse CCXX

Ik bewaar mijn poëzie in progress in een dieproze mapje met stickers op van Landfill en Arend & Ducap. Tussen de vellen karton zwerven al een half jaar vier eigenwijze regels. Ze vormen een eenheid maar ze zijn te jong om op eigen benen te staan. Ze scheuren zichzelf onmiddellijk af van elk gedicht waar ik hen tracht in te planten. Een poëtisch Koerdistan, vier regels lekkende PIP-siliconen.

een slang achter een slaglinie tralies
ze staat op het punt te vervellen
morgen de nieuwe huid strelen
spelen met de afgestoten huls

Het zijn geen geweldige regels maar ik ben erop gesteld. Nu de koude mijn handen een motief van winterkloven heeft bezorgd, houd ik meer van hen dan ooit. Misschien moeten ze maar altijd in mijn dieproze mapje blijven wonen. Misschien moet ik hen begraven op zee. Misschien moet ik een zinloze parabel vertellen over popmuziek zoals de jongen die vroeger in mijn huid woonde altijd deed.

///

Donderdag vierde de KU Leuven zijn verjaardag. Koning Alcohol overspoelde het festijn alsof alle andere vloeistoffen waren bevroren in hun leidingen. Toen ik des avonds uit mijn coma ontwaakte, dacht ik dat het reeds vrijdagmorgen was. Mijn hoofd voelde aan alsof het zonet uit de Eurozone was geschopt. Ik verzamelde mijn haar en ik kamde mijn moed om op een trein naar Brussel te stappen.

Daar hadden de folkies van de natie zich verzameld in de club van de AB. Gepetto & the Whales maakte geen indruk maar liet veel ruimte voor verbetering. Als hun samenzang wat meer opschuift richting Crosby, Stills & Nash en als de banjo een prominentere rol krijgt, kom ik met plezier een tweede keer kijken.

Megafaun zijn vier heren die vroeger met Justin Vernon van Bon Iver rondhingen. Vrolijke jongens, aangename muziek, weinig memorabel optreden. De tatoeages van de leadgitarist boeiden mij meer dan de liederen. Dat kan ook gelegen hebben aan de copieuze hoeveelheid alcohol die nog steeds baantjes trok door mijn aders.

///

Vrijdag speelden spookdichter Ghostpoet en collectief Up High Collective in Het Depot. Ik had er 266 richtingloze woorden over neergetikt. Ik heb die stuk voor stuk letter per letter geschrapt omdat San het eerder en beter heeft verwoord.

///

Donderdag was ik een dronkaard tussen de folkies. Vrijdag was ik een oude lul tussen het jonge hippe volkje. Zaterdag voelde ik mij op mijn gemak temidden van de Breese zaterdagavondcrowd. In cultuurcentrum De Breughel passeerde het Zware Metalen-project van David Poltrock. Broer en ik daarheen want broer is bijna jarig. Omdat mannen onder elkaar altijd naar homo’s riekt, was broers krullende grietje ook van de partij.

Als we mogen stellen dat een excellente metalsong bestaat uit een stevige popsong gezongen met een krachtige stem en aangedreven door tien ton charisma, dan had Poltrock die heilige drievuldigheid perfect gecast als Tom Pintens (professioneel als altijd), Gregory Frateur (toegankelijker dan ooit) en Stijn Meuris (Engelstaliger dan ooit). Aangevuld met drummer Marc Bonne tackelden deze heren hun favoriete metalliederen. Hoe meer song er in die nummers school, hoe feller het resultaat blonk: Ain’t talking ‘bout love, Ace of spades, Black hole sun, Love in an elevator: recht in de roos. Meer offbeat shizzle als Killing in the name of en Schism geraakte nooit verder dan interessant.

Niets dan lof evenwel voor de inkleding van de avond. Uniforme zwarte kostuums geïndividualiseerd met metalpatches: Motörhead voor Meuris, Metallica voor Poltrock et cetera. Verder een old school overhead projector waarop foto’s, logo’s en ander leuks werd geprojecteerd. Om tien uur stonden we terug buiten, ook dat is rock & roll in Limburg. De koude deed mij helder denken. Misschien is Limburger mijn kerneigenschap. Zodra mijn handen hersteld zijn van de winterkloven omhels ik mijn provincie. De nieuwe huid strelen, spelen met de afgestoten huls. Ik leef volgens eigenwijze regels en ik ben te jong om op eigen benen te staan.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Tridi, 13 Pluviôse CCXX

Gin fizz

In de vroege uurtjes van de nieuwe dag, voor de ochtendstond de hemel in het oosten kleurde, kringelde er een dikke, laaghangende nevel over de weg. Wolken vogels vlogen op, herten sloegen op de vlucht en verdrongen elkaar, apen schreeuwden in paniek en woede en de kleinere dieren zochten een goed heenkomen. De taxi stopte voor de sportclub en Harry stapte uit, betaalde de chauffeur en reikte naar de achterbank om zijn tas en tennisraket te pakken. Hij lachte al zijn gouden tanden bloot.

Melissa zuchtte diep. Hij zou weleens jaloers kunnen worden.

Harry werd uit een droomloos tukje gewekt door het geluid van een auto die vlak voor zijn tuinhek tot stilstand kwam. De wereld om hem heen kwam tot leven toen hij zijn grote, gele ogen opende. Een onverwachte pijnscheut vlamde door zijn borst. De namiddagzon was nog behoorlijk fel. Harry stond roerloos, zijn hoofd gebogen. Hij dacht dat de ander een spelletje met hem wilde spelen en onverwacht tevoorschijn zou springen om hem te laten schrikken.

Melissa voelde een diepe moedeloosheid opkomen. Het diepe sonore geluid was mijlen in de omtrek hoorbaar.

’s Woensdags troffen Harry en Bob elkaar in de mess, om samen iets te drinken. De tijgerkop boven de ingang van de mess scheen een grijns op zijn snuit te hebben. Bob liet Harry voorop lopen. Hij leegde zijn eerste glas bijna in één teug en meteen bestelde hij een tweede. Zijn handen verrichten hun eenvoudige taak snel en accuraat, bijna automatisch. Hij had niet zo’n verschrikkelijke honger, want hij had de avond ervoor uitgebreid gedineerd.

Melissa verloor haar geduld. Ze was uit haar cocon gekropen en haar vleugels waren nu droog, ze was gereed om uit te vliegen.

Het was iets na achten en Harry was al meer dan drie uur op. Bob probeerde een gesprek gaande te houden. Harry knikte. Zijn gezicht was smal en uitdrukkingsloos en zijn huid zo bleek als ivoor. Overal om hem heen zag hij mannen met verlamde ledematen, mensen die een arm of een been misten, vrouwen met zielig huilende baby’s op hun arm. Natuurlijk was het tegen de regels, maar Harry kon het hen niet kwalijk nemen dat ze wat leven in de brouwerij wilden brengen.

Melissa kneep in zijn hand. Het waren geen loze woorden geweest toen ze had gezegd dat ze hem zou missen.

De mensen bleven naar Harry toekomen, sloegen hem op zijn schouder en vertelden hem hoe ze hem bewonderden. Bobs gezicht werd zo wit als een doek. Hij wist op dat moment zeker dat hij nooit meer de moed zou kunnen opbrengen nog één voet op deze tennisbaan te zetten. Harry onderdrukte een glimlach. Een kreun van ontzetting ging door het publiek.

Het was net of iemand de zin had uitgedraaid. Het had niet mogen zijn.

Harry maakte zich klaar om naar bed te gaan. Op een goed moment kwam hij tot vlak bij het rottende vlees. Hij probeerde roerloos te zitten, haalde de trekker over en voelde de terugslag van het oude geweer tegen zijn schouder. ‘Als juffrouw Tremayne wil leren schieten, denk ik dat ze heel goed weet dat ze bij mij terecht kan,’ zei Harry koeltjes.

(Deze homp proza bestaat volledig uit samples van Een tijger jaagt alleen van Philip Caveney, vertaald door Janny Rosenau-Hes, uitgegeven bij Kadmos in Houten, sine anno.)

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Gedichtendag

insider art

ik ben een ambtenaar lief
ik verschijn op je radar
als je favoriete dader
een hart met een dubbele bodem

ik ben een ambtenaar lief
een magere postbode
ik deel snoepjes uit
op de kaalgeschoren grond

ik ben een ambtenaar lief
irritanter dan mijn dubbelganger
ik zoek een slaapplaats voor de nacht
de maan is goed genoeg voor mij

ik ben een ambtenaar lief
iedereen die ik om haat vraag
drinkt benzine na dit leven
om de hemel vaart te geven

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sextidi, 6 Pluviôse CCXX

Goedemiddag, ik ben Geert Simonis. Ik ben naar schatting de 5.399.283e Vlaming die Congo van David Van Reybroeck een meesterwerk vindt. Een bijzonder memorabele passage speelt zich af begin jaren negentig. Even leek het alsof Mobutu Sese Seko gehoor ging geven aan de steeds luidere roep om democratie. De zogenaamde Nationale Soevereine Conventie werd opgericht, een overlegorgaan om de overgang naar meer democratie smooth the laten verlopen.

“De eerste weken van de Conferentie verliepen tergend moeizaam, met ellenlange twistgesprekken over de te volgen procedures en eindeloos gebakkelei over de samenstelling van de commissie. Mobutu, die alles op afstand volgde, vond het gekrakeel vast vermakelijk, gebaat als hij was bij een mislukking. Maar buiten de hekken van het Palais du Peuple steeg de onrust. Op 23 september sloegen de soldaten van het parachutistencentrum in Ndjili aan het muiten. (…) Het volk, wanhopig van honger en armoede, deed mee met de militairen. Het was een geweldige roes, een feest, de tijd van het Grote Graaien. Eindelijk mocht het volk doen was de machthebbers al een kwarteeuw deden! Een delirium, de omkering aller waarden. Verboden en grandioos!” (p. 423)

“In januari 1992 gelastte Mobutu de sluiting van de Nationale Soevereine Conferentie. Het spelletje had nu lang genoeg geduurd volgens hem en tot zijn opluchting was er niets bereikt. De klip was omzeild, hij had de leidsels weer stevig in handen.” (p. 425)

De metafoor die Van Reybroeck subtiel door het vertelsel weeft, is die van het omkeringsfeest. Jaarlijkse vieringen waarin de samenleving op losse schroeven kwam te staan. Meesters en slaven, armen en rijken, mannen en vrouwen wisselden voor een dag van taak, kledij, symbolen en dies meer. De bekendste voorbeelden zijn natuurlijk carnaval en de Romeinse Saturnaliën. Geconcentreerde uitspattingen die vooral dienden om de klassieke rolpatronen – meester versus slaaf, arm versus rijk, man versus vrouw – te bevestigen voor de andere 364 dagen van het jaar.

Vanavond vermomt aula Pieter De Somer zich als Het Depot en mag ik gaan kijken hoe Henry Rollins, tot nader order de meest indrukwekkende punkzanger aller tijden, enkel zal praten. Morgenavond zullen de toffe lieden van Abattoir Fermé hun woorden thuislaten om Monkey te spelen in STUK. Eens per jaar ben ik een god aan het oppervlak van mijn gedachten. Eens per jaar is het Gedichtendag. Een breed uitgevallen omkeringsfeest dat in mijn rechteroor fluistert dat het vanaf vrijdag business as usual is.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nonidi, 29 Nivôse CCXX

Ze verheft adem halen tot de geheime kunst van het leven en merkt op dat ik niet zo heel goed kan ademen. Mijn door astma en allergieën gebrandschatte jeugd geeft haar gelijk. Ik kon de paniek niet verstikken in zuurstofdeeltjes, ik kon de radeloosheid niet sussen.

Ik ben lang mijn eigen aartsvijand geweest maar ik heb mezelf geneutraliseerd. Ik heb mij in een hinderlaag gelokt en op de knieën gekregen. Ik heb mij gearresteerd, vastgebonden en in het cachot gesmeten. Het stonk er naar antieke urine. Toen de zon opkwam, bood ik mij de mogelijkheid tot biechten aan, een mogelijkheid waarvoor ik bedankte. Het was stil en stoffig toen ik mij van de cel naar het plein begeleidde. Ik presenteerde mij een laatste sigaret, die ik aanvaardde. Ik streek een lucifer af en verschroeide de top van de peuk. Ik bedankte mij en haalde de blinddoek boven.

Toen ik niets meer zag, werden vier revolvers gebracht, waarvan er een niet geladen was. Ik plantte de koude lopen tegen mijn slaap en haalde de trekkers over. Ik viel neer in het zand terwijl mijn hersens het grijze muurtje verkenden. Ik had verdriet maar ik was blij dat gerechtigheid was geschied. Ik was dood, leve mij.

Aangedreven door de verse vrijheid werd ik het soort mens dat mogelijkheden omhelst waar hij ze maar ziet. De postbode las een mailtje voor waarin de lieve mensen van STUK een figurant zochten om in het stuk Disisit van Benjamin Verdonck een lijk te spelen. Ik stemde toe daar ik toch net geëxecuteerd was. Adus lag ik de voorbije twee avonden op de vloer van de Labozaal, vastgetapet in een ruw deken waar mijn voeten uitstaken.

Benjamin raasde anderhalf uur lang overal en nergens heen. Van narratieve elementen had hij nog nooit gehoord. Het concept rode draad had hij persoonlijk verzopen in de Jordaan. Benjamin somde fictieve dieren en hun eigenschappen op. Hij zong Forever young van Alphaville en Er is een hitje van De Jeugd Van Tegenwoordig. Hij stoeide met een luchtbuks en vroeg zich af hoeveel runderen er nodig zijn om bouillon te maken met het Meer van Genève.

Ik lag in het decor en werd enkele keren versleept. Mijn neus begon te jeuken en mijn nek raakte verkrampt. Ik reeg gedachten aan elkaar tot een ketting die ik verloor. De eerste avond bloedde mijn hiel een beetje. De tweede avond vergaten ze mij los te maken. Ik heb vooral geleerd dat ik niet zo heel goed kan ademen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment