Interview Six Hands

Six Hands _ press_preview

“Naar een andere vijver”

Het Noord-Limburgse mathrockcombo Six Hands, een band die mijn leven zou kunnen zijn, zette in 2017 JXTA op de wereld. Geen kleinschalige huisvlijt meer maar een echt album, op cd én vinyl, bij een echt platenlabel. Niet minder eigenzinnig dan vroeger en uiteraard nog steeds onafhankelijk maar nu ook serieus en doordacht. Daar hoorde wat mij betrof een interview bij. Ik stelde mij bij bassist Toon Vanotterdijk kandidaat om het een in het ander in vraag te stellen. Hij hapte toe en op een religieuze feestdag troffen wij elkaar in een brasserie tegenover het station van Hasselt.

JXTA dus. Of voluit: juxtapositie.

Toon Vanotterdijk: “Inderdaad: de confrontatie. We hebben lang over die titel nagedacht. Ook zo bij songtitels, we maken instrumentale muziek: we kunnen niet gewoon een flard tekst pakken en tot titel maken. De term juxtapositie past bij onze muziek: die is zacht én hard, soms gestructureerd maar soms ook nadrukkelijk niet.”

In jullie muziek boksen gitaar, bas en drum eerder tegen elkaar op dan dat ze met elkaar meegaan. Toch heeft het geheel altijd iets ronds of vloeiends, het resultaat is nooit louter agressief.

Vanotterdijk: “Vroeger hadden we dat wel, nu op de plaat minder. Het is lang een vraagstuk voor ons geweest: hoe willen we dat onze plaat klinkt? We hadden het geld om te betalen voor goede opnames en een goede mix. Het resultaat mag er zijn maar het is braver dan wat we live doen. Die kant – het lawaai, het schurende – hadden we kunnen doortrekken op de plaat maar daar hebben we niet voor gekozen. Het zou te veel zijn, een half uur van onze muziek is sowieso veel informatie om te verwerken.”

Toen ik ter vergelijking nog eens naar jullie ep’s uit 2009 en 2012 ging luisteren, viel het me op dat jullie geluid op zich niet zoveel veranderd is maar wel aan nuance heeft gewonnen.

Vanotterdijk: “In het schrijfproces is de opgave vooral om een nummer verschillende kanten te laten opgaan maar het toch als een geheel te laten klinken. Vroeger gingen we dan knippen en plakken met gekke dingen bij, nu zoeken we naar de logica van de muziek. Dat heeft ook te maken met onze persoonlijke evolutie, met ons ouder worden. Ik merk aan Stijn (Vrijsen, nvdr) dat hij nu anders drumt: minder voortdurend mokeren en pompen, meer spelen met hard en zacht.”

Maakt die zoektocht naar de logica van de muziek het schrijfproces ook makkelijker?

Vanotterdijk: “Dat verschilt heel hard van nummer tot nummer. Met sommige zijn we maanden aan een stuk bezig, andere staan er op een repetitie of twee. In beide gevallen gebeurt dat intuïtief, wij zijn geen theoretici, wij spelen op de buik. Onze gesprekken gaan meer over het gevoel dat een nummer moet hebben dan over maatsoorten en toonaarden. De nummers die grotendeels van Joeri (Mertens, gitaar, nvdr.) komen zijn meestal vrolijk: “Het is lente en we gaan dansen,” dat soort werk. Mijn nummers zijn bozer, ze wringen vaak meer. Het fijnste is als beide kanten van onze sound samenkomen. Boos maar ook vrolijk en funky.”

Tijdens de albumpresentatie in de Muziekodroom hebben jullie niet eens zo lang gespeeld. Terwijl dat doorgaans voor bands een gelegenheid is om uitgebreid te profiteren van hun moment in de spotlights.

Vanotterdijk: “Het effect dat wij hebben is kort en krachtig en dat doe je teniet door te lang te spelen. We hebben in het verleden al sets gespeeld van drie kwartier à vijftig minuten maar ik vind dat te veel. Een langere set heeft rustpunten nodig en wij hebben wel enkele nummers die zich daartoe lenen maar niet genoeg.”

Naast Six Hands zijn jullie drie het voorbije decennium bezig geweest met opleidingen, jobs, persoonlijke levens en met andere muzikale projecten. Is het toeval dat Six Hands vandaag nog bestaat of zat er van meet af aan een hogere missie in?

Vanotterdijk: “Moeilijke vraag. Er zijn periodes geweest dat we veel optraden maar weinig schreven en omgekeerd. Toen ik baste bij Astronaute lag Six Hands stil maar werd ik uitgedaagd als muzikant. Die periode van rust zorgde voor hernieuwde energie en inspiratie. Toen besloten we de plaat te maken maar dat heeft nog veel voeten in de aarde gehad. Vroeger deden we alles zelf terwijl we nu veel afhankelijker zijn van externen. Mensen, bureaus, instanties. Kost allemaal tijd en energie.”

JXTA verscheen bij FONS Records, het label van Fence. Zij presenteren zich nadrukkelijk als een niet-traditioneel label maar geven elke band begeleiding op maat. Wat doet Fons net voor jullie?

Vanotterdijk: “Zij zijn voor ons een richtingaanwijzer. Welke stappen moet je zetten? Waar laat je vinyl drukken? Hoe pak je de promo aan? Ook nu wilden we zoveel mogelijk zelf doen. Ik wilde echt leren hoe de muziekindustrie, met klemtoon op –industrie, werkt. Voor de opnames en de productie hebben we niet met FONS samengewerkt. Pas toen de plaat was afgewerkt, zijn we met hen gaan praten. Hun adviezen hebben alles sneller doen verlopen.”

Wat is net het verschil tussen deze “echte”, “serieuze” aanpak en de diy-aanpak van vroeger?

Vanotterdijk: “In de praktijk blijft veel hetzelfde: we zijn nog altijd een instrumentaal trio dat moet knokken om ergens binnen te geraken, om wat aandacht te krijgen. We hebben nu wel het product: de plaat, een droom die we al lang hadden. We hebben er lang voor gespaard en ze bestaat nu, je kan haar op de platenspeler leggen. Het was een leerrijk proces. Je staat voor veel keuzes en elke keuze beïnvloedt het eindresultaat. Door de plaat zijn de dingen nu onvermijdelijk serieuzer: je moet een persfoto hebben, toeren om de plaat voor te stellen, contacten leggen met journalisten en bloggers, met clubs en bookers. Dat is de volgende uitdaging: het clubcircuit binnen raken, een afgeschermde wereld waarin een beperkt aantal mensen bepaalt wat kan en wat niet kan.”

De metafoor zegt dan dat jullie een grote vis zijn in een kleine vijver.

Vanotterdijk: “Absoluut en we willen nu wel eens naar een andere vijver.”

Ooit gedacht bij het maken van de plaat: hadden we destijds maar voor een andere groepsnaam gekozen?

Vanotterdijk: “Heel vaak. In het begin hadden we een paar shows te pakken maar nog geen naam. We hebben daar toen niet lang over nagedacht. Dat hadden we achteraf gezien beter wel gedaan. Anderzijds toont het wel mooi hoe spontaan alles is verlopen. Geen grootse plannen, geen strategieën: gewoon drie vriendelijke jongens, zes handen die samen muziek maken.”

Een boysband, zoals jullie jezelf op internet noemen.

Vanotterdijk: “We ondergraven onszelf zo graag.”

About Geert Simonis

De favoriete dichter van uw moeder.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s