Primidi, 1 Nivôse CCXX

Van onze redacteur op het headbangers ball in de AB.

Het oversteken van de Rubicon bracht natte porseleinen voetjes met zich mee. Een meisje op de trein had haar voorzorgen genomen. Ze droeg rode regenlaarzen met een all stars-motiefje. Een losse rechterveter, een vlek op haar broek. Het meisje ernaast droeg valse wimpers, elfenoren en een leemte in haar hart. Een perfecte dag voor heavy metal.

Cloon was uit Gent komen stormen. Hun cd-titel Mostly harmless verraadt een zeker affiniteit met het oeuvre van Douglas Adams. Sta toe dat mijn borst hen even ongegeneerd aanhaalt. De heren waren gekleed als een patrouille deserteurs van de Internationale Brigades. Vandaar misschien de no pasaran-houding waarmee de zaal vierkante meter per vierkante meter op een rustig marstempo veroverd werd. Met strakke grooves zocht Cloon zich een eigen pad door de jungle. Dat de frontman al eens boven de toegestane theatraliteitslimiet uitkwam, valt te vergeven.

Diablo Boulevard leek gedeserteerd te zijn uit de Hell’s Angels, omdat dat toch maar mietjes zijn. Alex De Grote en co vochten een slag uit waarin “take no prisoners” het motto was, “when you fall you stay down” de homilie en een wall of death het communieritueel. Waren deze jongens lid geweest van de Internationale Brigades, Franco stond nog altijd in een hoekje te jammeren met pisvlekken op zijn uniformbroek.

Next up: Steak Number Eight: intense jongelieden die grotendeels instrumentale muziek verspreiden in lappen die geen sliertje dna delen met de klassieke popsong. Zoiets durft al eens tegenvallen. Het goede nieuws is dat Steak zich bewust was van dit gevaar en voor extra entertainment had gezorgd. Een meisje enkel gehuld in een slipje smeerde zich in met rode verf. Toen haar huidcanvas/canvashuid vol was, werd ze vervangen door projecties van schilderijen in opbouw. Vervolgens was Steak een kwartier lang best te pruimen. Daarna stortte het geduld in alsof iemand er granaten naar had gesmeten.

Bovendien sloeg de honger toe in de ingewanden. Het hoekje om naar Fritland dan maar. Ik vroeg een friet met een cervela. Ik kreeg iets fucked up met frieten. Al bijna twintig jaar ken ik de cervela als een worst die geopend is aan de buikzijde en vervolgens verder gespreid wordt via dwarse snedes. Deze cervela was gewoon in de lengte doorgesneden. Twee handen, niet langer op dezelfde buik. Een getorpedeerde duikboot. Een penis geamputeerd om de gangreen de pas af te snijden. Bordje toch maar netjes leeg gegeten. Nu ja, bordje.

Terug binnen sloot Drums Are For Parades de avond prachtig af. Het trio had zich voor de gelegenheid uitgebreid met een setje blazers in nette monnikspijen. De mokerende sound van Drums werd er nergens door gedomineerd maar overal uitgebreid met subtiele accenten. De verassing van de avond was bovendien dat Rudeboy Remmington halverwege venijnig als altijd enige raps lanceerde.

Op de trein naar huis, waren de voeten teruggekeerd naar de staat van droogte. Volgende keer: het oversteken van de Tiber.

About Geert Simonis

De favoriete dichter van uw moeder.
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

2 Responses to Primidi, 1 Nivôse CCXX

  1. Schrijft gij soms ook voor De Wereld Morgen?

  2. Pingback: Octidi 18 Vendémiaire CCXXII | Ik Geert Simonis

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s