Tridi, 23 Germinal CCXX

Kuifje is vandaag achttien jaar dood. Het hoogste slachtoffer tot nog toe. De eeuwige traagheid heeft plaats gemaakt voor een langzame eeuwigheid. Er is een meisje dat door kamers beweegt. Ze lijkt op Xena, de warrior princess. Ik heb de indruk dat ze tegen mij praat. Ze beveelt Dr. Phil minder woorden te gebruiken, ze noemt Tom Lanoye te bombastisch. Ik heb de indruk dat ze over mij praat.

Kuifje is vandaag negentien jaar dood. Een rechtstreeks gevolg van het bloedbad. Mijn werkgever organiseert een tentoonstelling in een klooster. De bel klinkt als de aankondiging van het golfslagbad. De vloer ligt niet waterpas merk ik als ik kuis met nat. Onder het stof ontdek ik een dode muis, de Heilige Graal en de eerste twintig jaargangen van Playboy. In de tuin van het klooster vind ik een wandelstok.

Kuifje is vandaag twintig jaar dood. Wie zijn littekens haat, is de weg kwijt. Als kind wilde ik niets liever hebben dan een wandelstok met een degen in. De schuld van stripverhalen en de schuld van films. In Double impact van Sheldon Lettich speelt Jean-Claude Van Damme beide helften van een tweeling. Na de moord op hun ouders in Hong Kong zijn ze uit elkaar gehaald. Opgegroeid leren ze onafhankelijk van elkaar karate, vinden ze elkaar terug en gaan ze achter de bad guy aan. Die bad guy heeft een wandelstok met een degen in. Een degen die niet echt van pas komt als het duo Van Damme met hem afrekent.

Kuifje is vandaag eenentwintig jaar dood. Ik ontdek elke ochtend een nieuwe wereld. Verwar Double impact van Sheldon Lettich vooral niet met Maximum risk van Ringo Lam. Ook in die film speelt Jean-Claude Van Damme beide helften van een tweeling die als baby uit elkaar is gehaald. Ik lees op Wikipedia dat Jean-Claude Van Damme last heeft van een bipolaire stoornis. Elke dag is beter dan de volgende.

Kuifje is vandaag drieëntwintig jaar dood. Ik mis hem nog elke dag en ik wil een wandelstok met een degen in. Het spijt me dat ik zo met herinneringen strooi. Ik weet mijn veldslagen niet goed te kiezen. Ik heb tijd nodig om aan deze lente te wennen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sextidi, 16 Germinal CCXX

De Israëlische militair, politicus en slaapkop Ariel Sharon karakteriseerde de Israëlische militair, politicus en cycloop Moshe Dayan ooit als iemand die ’s ochtends wakker wordt met honderd ideeën waarvan vijfennegentig gevaarlijke, drie slechte en twee briljante. Herkenbaar. Ik heb een hoofd vol ideeën die mij tot waanzin drijven.

Jongens groeien niet op, ze gaan dood. Er zijn twee soorten: Playmobilknapen en Legoboys. Ik weiger tot een club te behoren die mij als lid aanvaardt maar ik woon in categorie A. Ik heb mijn Playmobil graag historisch correct. De aanvoerder van mijn Zuidelijke cavalerietroepen bezat slaven. Vandaar misschien dat ik het zo leuk vond dat de olijke boys van Yevgueni zaterdag grijze uniformen droegen in cultuurcentrum Palethe in Overpelt. De grijsharige gitarist had een dobro bij en de Dommeldelta blonk als die nationale gitaar.

Geen nood, de rest van dit stukje tekst is geen concertrecensie. Al zou ik daar perfect toe in staat zijn. In zijn gewaldige creatief zijn doe je zo-handboek Steal like an artist formuleert de Texaanse schrijver Austin Kleon de regel “write the book you want to read”. Het zal u dan ook niet verbazen dat ik op tijd en stond gaarne een exquise flard popjournalistiek lees. Gisterenmiddag verpoosde ik met Bring the noise – 20 years of writing about hip rock and hip-hop van Simon Reynolds. Gisterenochtend bracht de postbode mij I swear I was there – The gig that changed the world van David Nolan. Verder ligt A whore just like the rest – The music writings of Richard Meltzer op mij te wachten.

Zaterdag zat ik een handvol uren voor het optreden van Yevgueni op een bus richting mijn moederlijk huis met Decoded van Jay-Z. Daarin wisselt Hova zijn levensverhalen af met niet altijd even interessante analyses van zijn rijmen. Het nummer December 4th bevat de regels:

“I was conceived by Gloria Carter and Adnis Reeves / Who made love under the sycamore tree / Which makes me / A more sicker MC”

Daarover weet Jay-Z te zeggen dat het referentie is naar een regel uit You’re nobody (Til somebody kills you) van Notorious B.I.G.:

“My sycamore style, more sicker than yours”

Thuisgekomen was Decoded uit en kroop ik in de zetel met koffie en David Smays boekje over Swordfistrombones van Tom Waits uit de puike 33 1/3-reeks. Halverwege gaat Smay in op het motief van kraaien en vogelverschrikkers in de discografie van Tom. Daarbij citeert hij volgende regels uit het nummer Wrong side of the road:

“Poison all the water in the wishin’ well / And hang all them scarecrows from a sycamore tree

Deze tweede keer struikelen over die sycamore tree maakte mij nieuwsgierig. Wikipedia leerde dat het ging om de Westerse plataan. Wikipedia leverde verder geen grein spectaculaire of interessante informatie op. Niet elke kaart met een kruisje op leidt naar een schat.

Het boekje van David Smay leidde wel nog naar een schat:

“Tom Waits does not sit around listening to Leadbelly 78s all day. He’s an impurist, and his ears are always open. He watches Missy Elliott videos on MTV, listens to Paul Revere and the Raiders on the oldies station, buys Rage Against the Machine imports for his kids, tapes Gavin Byars off the radio and drops a few bills for the mariachi band standing outside the taqueria.”

Eindelijk weet ik wat ik wil worden als ik later groot ben: als ik later groot ben, word ik een impurist. Consequent zijn is een goeie zaak maar niks voor elke dag. Ik zal een fruitwinkel openen en die Bananenrepubliek dopen. Wie het waagt een smoothie te bestellen mag mijn karabijn knuffelen.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Nonidi, 9 Germinal CCXX

Goedemiddag meneer Boon,

Ik weet niet of u bij leven en welzijn veel correspondeerde. Ik weet wel dat u regelmatig postume brieven krijgt. Op de een of andere manier belanden die dan in de kranten en tijdschriften die ik lees. De honderdste verjaardag van uw geboortedag was daar een krachtige dynamo voor. Uit het blote hoofd herinner ik me Tom Lanoye en Saskia De Coster. Het kan ook Annelies Verbeke geweest zijn.

Ik verwar alle schrijfsters die niet Kristien Hemmerechts zijn met elkaar. Zoals buiten Yoko Ono ook de eega’s van the Beatles mij één pot nat zijn. Dat ligt aan mij, niet aan de dames. Mozes was rechtdoorzee maar ik draai op een grillige geheugenkaart. Alles wat ik ooit gedaan heb, davert op zijn fundamenten als het naast de meetlat van de consequentie gelegd wordt. Mijn interne logica is niet consistent. Maar als het niet consistent is, is het geen logica. En als het geen logica is, moet het niet consistent zijn. Eigenlijk is er geen enkel probleem.

In die postume brieven vallen mij twee dingen steevast op. De afzenders spreken u familiair aan met Louis, Lowie of Lewie en ze drukken zich uit in een taaltje dat meerdere nachten heeft gedroomd tussen lakens van dialect. Ik ga mij van beide onthouden. Het eerste botst met mijn verknochtheid aan beleefdheid, voor het tweede beheers ik te weinig dialect. Als ik plat probeer te spreken, val ik onmiddellijk door de mand. Daar zijn de mand, mijn zitvlak noch het aardoppervlak van gediend.

Bovendien merk ik dat ik elke dag een beetje meer taalpurist ben. Telkens iemand een zin opent met “moest ik”, smeken mijn vuisten om een ontmoeting met ’s mans smoelwerk. Niet dat vrouwen zich nooit schuldig maken aan deze verkrachting van de moedertaal maar zelfs een taalpurist mag geen vrouwen slaan. Mijn gewelddadige drang is een soort bluf. Ik ben sterk maar ik ben geen vechtersbaas. Ik houd van correct taalgebruik maar mijn eigen discours draagt meer dan genoeg roestplekken.

Afgelopen zondag heb ik in Antwerpen de tentoonstelling Villa Issengrimus over uw leven, uw werk en uw wonen bezocht. Een archief annex museum in het blikveld van het beeld van Paul Van Ostaijen. Ooit heb ik er vier dagen gekampeerd voor een thesis die ik nooit heb afgemaakt, die ik nooit zal afmaken. Het zondagsbezoek begon met koffie, muffins en praatjes. Een man met een vagijn onder zijn neus geplakt, gebruikte het woord luciditeit. Ik heb de betekenis ervan opgezocht en nu kan ik het ook gebruiken. Het was een aangename dag ook al bestond het gezelschap uit sokken in sandalen, neuspeuteraars, terugwijkende haarlijnen en baardapen.

De tentoonstelling heeft veel indruk op mij gemaakt. Ik blijf er maar over praten tegen mezelf en tegen anderen. De centrale vraag van de tentoonstelling was of u gekarakteriseerd moest worden als Reynaert de Vos of als Isengrijn de Wolf. Ik vond u een Reynaert, een lachspiegel die voor elk individu, voor elk tijdvak, voor elk paradigma een andere karikatuur terugstuurt en zo tot de verbeelding blijft spreken. Ik weet bovendien geen u Koning Nobel was. Daar had uw voortijdige dood een definitief stokje voor gestoken met drie decennia speculatie als gevolg.

Ik vraag me vooral af hoe vroegtijdig 67 is voor een man die drinkt, schrijft, rookt en andere ongezonde dingen doet. Hoe kort waren uw beentjes net? Hoe massief uw speklaag? Hoe fragiel uw hart? De tentoonstelling toonde de rimpels in uw schrijftafel maar gaf geen antwoord. Ik heb onlangs uw Mijn kleine oorlog gekocht en zal het binnenkort lezen. Gaat het mij aan antwoorden helpen? Ik overwoog onlangs voor het eerst in mijn leven naar Aalst af te zakken. De goesting is ondertussen over. Zou het mij aan antwoorden hebben kunnen helpen?

En belangrijker: zou ik iets opschieten met die antwoorden? In mijn leven, mijn werk en mijn wonen? Ik heb uit Curb Your Enthusiasm geleerd dat je iets dat je goed kan nooit gratis mag doen. Enige weken geleden werd mij die wijsheid herhaald door een man die geen vetkuif meer torste. Chance dat er niets is dat ik goed kan. Ergens las ik de vergelijking met een pinguïn. Het beestje kan een beetje zwemmen, het beestje kan een beetje vliegen, het beestje kan een beetje overleven.

Ik kan mijn plan trekken in de journalistiek maar ik ben geen hoogvliegende interviewer. Ik pen af en toe een aardig gedichtje maar Hugo Bousset ligt er niet van wakker. Ik kan met u de kroeg induiken maar ik ben te snel moe om uw maatje van het sluitingsuur te wezen. Ik kan met u gaan lopen maar u zal me snel voorbij steken en ik zal uw billen vergelijken met een lavalamp. Ik bef gelijk een herdershond maar ik ben niet de minnaar van uw dromen.

Vorige week zag ik een man een boek lezen. Hij zat voor zijn winkel op een rode stoel. Hij bladerde door een pocket van The Fifth Witness van Michael Connelly. Om enigszins comfortabel te zitten, had hij de stoel laten hellen door twee latjes onder elke voorpoot te knallen. Wiebelen lijkt mij een aangename houding, kant noch wal raken, volharden in zachtheid. Ik zal er werk van maken.

U heeft ondertussen gemerkt dat ik ook als briefschrijver een prutser ben. Villa Issengrimus heeft een zustertentoonstelling in Aalst: Rebellen in ’t Gasthuys. Als ik daar passeer, geef ik u een seintje per kerende post.

Prettige dag verder,

Geert Simonis

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Duodi, 2 Germinal CCXX

Als ik je vraag of je mij nog gaarne ziet, wil ik dat je antwoordt: “Doodgaarne.” Hoe je na mijn dood over me denkt, interesseert mij niet. Het gaat mij om hoe je mij herinnert na dit gesprek.

Als een man die op de trein de portefeuille vindt van een vrouw van net vijfenzestig met net geen vijfenzestig euro op zak. Als een man die de portefeuille onmiddellijk afgeeft aan de stationschef en daar trots op is. Als een man die een paar seconden met de gedachte speelt het geld te houden en daardoor walgt van zichzelf. Als een man die in zijn jas een muts vindt – made in China, geïmporteerd uit Griekenland – en een bierkaartje met andermans handschrift op.

Als een man die zinnige dingen kan vertellen. Als een man die onzinnige dingen kan verpakken in kreukloze laagjes flair. Als een man die verward wordt door zijn eigen grootmoeder. Soms zegt ze “onze pa” en bedoelt ze haar man. Soms zegt ze “onze pa” en bedoelt ze haar vader zaliger. Daarna deelt ze koekjes uit, speculaas aan de ene kant bekleed met een laagje chocolade, aan de andere kant niet bekleed met een laagje chocolade.

Als een man die zich vragen stelt bij de naamgeving van buslijnen. Waarom hebben sommige lijnen enkel een nummer (2 in Leuven), andere een nummer en een letter (18A in Hasselt) en nog andere een letter en een nummer (G2 in Genk)? Als een man die er niet voor terugschrikt zulke vragen door te spelen naar De Lijn. Als een man die soms antwoorden krijgt.

Als een man die zat wordt gevoerd door een levende legende en zijn broer op het andersglobalistisch feestje in het jeugdhuis formerly known as De Zonk. Als een man die terug gin-tonic lust. Als een man die naar huis wandelt. Soms vlak naast de auto’s, soms met een meter gras als buffer, soms op asfalt waar vroeger treinen reden. Van Hasselt naar Neerpelt en nooit verder dan dat. Van Neerpelt naar Hasselt en de mogelijkheid tot overstappen.

Als een man die op zondagochtend rondjes zapt op de televisie en op TV Limburg op een publireportage stoot. Een verslag van de launch party van de Playboy met Lesley-Ann Poppe in. Sfeerbeelden zus, interviewtje zo. Uitgebreid bladeren door de Playboy en inzoomen op de melkklieren. Als een man die zich vragen stelt bij dat soort televisie om kwart over negen op zondagochtend. Als een man die er niet voor terugschrikt zulke vragen door te spelen aan TV Limburg. Als een man die soms antwoorden krijgt. Als een man die alleen maar wil weten of je hem nog gaarne ziet.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Quintidi, 25 Ventôse CCXX

Winston Churchill verzamelt grappen die mensen over hem vertellen Jef Stalin verzamelt mensen die grappen over hem vertellen de kameraden belanden in de Goelag hand in hand voor Feyenoord één in de zakken van mijn jasje vind ik papieren terug die ik dus toch niet kwijt ben dat gaat hier allemaal goed komen.

De kermis staat op het plein ik zet vier heren aan de deur die naast elkaar door discuteren over metafysica het is een drukke dag middenin een drukke week middenin een drukke maand middenin een druk jaar middenin een druk leven mijn gsm valt om het half uur uit in een halfduister kraampje hebben twee jongens enkel elkaars petje om tegen te botsen dat gaat hier allemaal goed komen.

De stofzuiger zuigt zichzelf op in een gigantisch ongeluk Tommy Cooper laat op het podium zijn kaas er staat schimmel op mijn stoep ik eet lauwe krullekespasta met spinazie de champignons blijven liggen naast het misbruikte theebuiltje in de vorm van een piramide dat gaat hier allemaal goed komen.

Het enige dat ik meer haat dan communisten zijn mensen die foto’s van zichzelf en hun katten op Facebook zetten Lenin deed dat ook constant baard en kraag die in elkaar overlopen negen levens om kwistig mee om te springen negen levens om zuinig op te zijn de muur valt de katten blijven ongedeerd dat gaat hier allemaal goed komen.

Hoe je ziek wordt omdat je te weinig aandacht krijgt hoe je alle aandacht krijgt omdat je ziek bent hoe iedereen naar de karaoke wil hoe niemand karaoke durft te zingen gij en ik wij komen er wel dat gaat hier allemaal goed komen.

Ik schrijf in het zwart met groene pepers ik vraag water voor de afwas ik krijg benzine voor de 24 uur van Le Mans en tranen van een meisje dat ronddobbert op een receptie waar ze geen tijd voor heeft ze is zich niet bewust van de muur waar ze over drie kilometer tegen zal botsen scherven in haar bloed krassen in haar metaal er is een depressie aan de gang ik heb nood aan afleiding dat gaat hier allemaal goed komen.

Ik word wakker met een wondje in mijn rechterbovenlip ik wil enkel nog een slipjas dragen ik verwar Lev Theremin met Nicola Tesla en The Prestige met The Illusionist in een van beide films speelt David Bowie een van beide heren David Bowie heet in het echt David Jones maar dat is niet de Monkee die twee weken terug aan een hartaanval sneuvelde dat gaat hier allemaal goed komen.

Welkom in dit land van nooit meer nooit meer Engels spreken nooit meer absint roken nooit meer een vetkuif torsen ik heb daar goeie redenen voor dat gaat hier allemaal goed komen.

Posted in Uncategorized | 1 Comment

Octidi, 18 Ventôse CCXX

“Want dat is wat belangrijk is: trouw zijn aan de waarheid, ook als die niet trouw is aan jou, haar uitwringen met verstand, niet als een man, maar als een vrouw, haar vertellen in verhalen, en die heel goed tegen het licht houden, telkens weer, tot ze zijn zoals het hoort: helder en echt schoon.”

Shalev, Meir (2010) Het zat zo. Amsterdam: Anthos. p. 233.

Zaterdag heb ik wederom de Brabant Gedicht-wedstrijd niet gewonnen. Niet het verliezen stoort mij - daar ben ik aan gewend - maar het besef dat ik elk jaar een slechtere verliezer word. Geen fijne confrontatie met mezelf. Alsof ik me halverwege de kater opeens haarfijn en messcherp herinner wat ik de avond ervoor heb uitgespookt. Alsof ik gedwongen word naar een Jambersreportage over mijn eigen leven te kijken.

Een zelfonderzoek dringt zich op.

Het zat zo: allemansvrienden David Van Reybrouck en Bruno Vanden Broecke werkten aan een toneelstuk waarin een röntgenfoto werd genomen van onze nationale hobby, het afschuimen van zomerfestivals. Toen het noodlot toesloeg op Pukkelpop stak de realiteit de fictie voorbij. In de mais – want zo heette het toneelstuk – werd uitgesteld of afgelast en vervangen door een herneming van de eerdere samenwerking tussen Van Reybrouck en Vanden Broecke: Missie.

Dit stuk uit 2007 werd in 2008 bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord. Geen lichtgewicht kluchtje dus. In een lange chaotische monoloog vertelt missionaris André Vervecke, net de tachtig voorbij, een inwisselbaar parochiezaaltje in la Flandre profonde over zijn ervaringen in de Kongo. Van Reybrouck baseerde de tekst op uitgebreide interviews met missionarissen op leeftijd. Let wel: dit is vijf jaar voor Nonkel pater. Wetende wat erna kwam, is het makkelijk, al te makkelijk Missie te zien als de aanloop naar Congo. Donderdag zag de heropvoering van Missie in de Leuvense schouwburg. Een sterk stuk met een knoert van een indrukwekkend einde en een tropische regenstorm om Katrina tegen te zeggen. Om zelf een beetje stil en grotendeels doorweekt van te worden.

Uit het zelfonderzoek blijkt dat ik Missie al eens heb gezien. Tweeëneenhalf jaar geleden, een inwisselbaar parochiezaaltje in la Flandre profonde. Marcel Thijs, eminent lid van het plaatselijke amateurtoneelgezelschap, vertolkte toen André Vervecke. Gemaan meta want Thijs’ oudere broer André was een van de missionarissen die door Van Reybrouck geïnterviewd was en wiens woorden tot in Missie zijn doorgesijpeld. Ik durf er mijn hand niet voor in het zuur te steken maar het zou me niet verbazen als die opvoering een benefiet was ter steun van grote broer-missionaris.

In mijn herinnering was Missie in Wijchmaal een heel erg moralistisch stuk. Missie in Leuven was op geen enkele manier moralistisch. Niet de mens maar God werd aan het einde ter verantwoording en op het matje geroepen in een heftige oerkreet. Ik denk dat ik er goed aan doe mijn meningen even naast elkaar te leggen.

In Wijchmaal was “(h)et spel (…) houterig maar doenbaar op een amateurtoneelniveau.” Ik neem aan dat niemand mij zal tegenspreken dat Vanden Broecke de rol geweldig heeft ingevuld. In Wijchmaal stoorde mij “het voortdurend namedroppen van exotische plaatsen en bevolkingsgroepen om couleur locale op te roepen.” In Leuven kwam Vanden Broecke ermee weg. In Wijchmaal duurde het stuk “twee uur en een kwartier”. In Leuven stonden we een uur en drie kwartier later terug buiten. De tijd tikt heus niet trager in Limburg. Misschien sprak Bruno sneller dan Marcel. Misschien hadden ze er in Wijchmaal een pauze tussengesmeten om de parochiekas te spekken.

Dat mijn kijk op theater een u-turn heeft gemaakt in de tweeëneenhalf jaar tussen beide opvoeringen lijkt me weinig plausibel. Vanzelfsprekend kan het dat ik een volgzame cultuursnob ben met een te kritische vooringenomenheid tegenover amateurtoneel en een voorgeprogrammeerde bewondering voor serieus theater. De derde mogelijkheid is degene die mij bang maakt.

Misschien vond ik de opvoering van Missie in Wijchmaal slecht omdat ik geen onderscheid kon maken tussen het verhaal van het toneelstuk  -priester spreekt parochiezaal toe – en de opvoering van het toneelstuk – man speelt priester die parochiezaal toespreekt. Dan vond ik de Wijchmaalse Missie moraliserend omdat ik gemoraliseer en een zeker verknochtheid aan de Kerk  mijn associaties zijn bij het dorp. Dan vond ik de Leuven Missie genuanceerd omdat ik de stad associeer met nuance en intellecuteel debat.

De stadslucht maakt vrij maar ze heeft mij niet kunnen loskoppelen van mijn eigen clichés. Zij zijn mij trouw ook als ik niet trouw ben aan hen, ze wringen mij uit met verstand, niet als een man, maar als een vrouw, ze vertellen mij in verhalen, en houden die heel goed tegen het licht, telkens weer, tot ik ben zoals het hoort: helder en echt schoon.

Was ik de jury van Brabant Gedicht, ik werd alvast bang voor volgend jaar.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Primidi, 11 Ventôse CCXX

Voor de zee mij redde, was ik een matroos. Op een dag meerde onze schuit aan in de Gentse haven. Uitgelaten als jonge honden kuierden wij door straten waar het geld kon rollen als gehaktballen van een schans. We bezochten kamers gevuld met eindeloze symfonieën op blokfluit. We kochten enorme hoeveelheden bubble wrap van meisjes gekleed in dierenhuiden. We kamden de binnenstad uit naar een bompaklak en bijhorende bretellen. Drie winkels later was de buit binnen en vierden we dat met koffie en appeltaart. Als vanzelf kwam het gesprek op het verschil tussen vintage en retro.

Al snel bleek dat mijn gelul stukken gefundeerder was nu ik een diploma had. Zo verwees ik uitgebreid naar Retromania – Pop culture’s addiction to its own past van Simon Reynolds. ’s Mans these is dat popmuziek in de brede zin van het woord in een nostalgisch doolhof is beland sinds het toekomstgerichte experiment van de progrock met stenen werd bekogeld door de back to basics-houding van de punk. Denken we maar aan de uitgeklede girl group sound van the Ramones, de knipoogjes naar Elvis Presley op de hoes van London calling en Sid Vicious die maar liefst twee postume hits had met covers van Eddie Cochran.

 

Uitgebreid speurt Reynolds de volgende vijfendertig jaar popmuziek af naar bewijzen. Het recycleren van oude geluiden in sampling, mash-ups en plunderphonics.* Een serie reissues die elk jaar een beetje eindelozer wordt. Bands die hun klassieke plaat van voor naar achter spelen in de juiste volgorde. Tribute bands. Revivals. Reünies. Op den duur is alles wat met re- begint verdacht. En passant slaagt Reynolds erin zowel Pierre Bourdieu als Nick Hornby te namedroppen zonder zijn cool te verliezen. Aan het einde zwaait hij met een genadeloze vinger naar de eenentwintigste eeuw: “It seemed like everything that ever was got its chance to come back into circulation at some point during the 2000s.”

Drie dagen eerder was ik nauwelijks vijftig pagina’s doorgedrongen tot Retromania toen ik op het optreden van C.W. Stoneking en zijn Primitive Horn Orchestra in de AB belandde. Deze Australische thirtysomething speelt akoestische deuntjes in de stijl die in de jaren twintig en dertig nog race music heette. De grenzen tussen blues, jazz, calypso en aanverwanten waren toen vaag tot onbestaande. Als er negers achter de instrumenten zaten dan was het race music. Met hulp en bijstand van heerlijke trompetjes, absurde vertellingen en een kek strikje wist C.W. Stoneking mij moeiteloos anderhalf uur te boeien. Nostalgisch? Hoogstwaarschijnlijk. Wat geeft dat als we kunnen dansen alsof de katoenoogst net binnen is?

Het voorprogramma werd verzorgd door Gemma Ray wier tof getitelde It’s a shame about Gemma Ray mij vorig jaar menig aangenaam uur heeft bezorgd. Goedgekozen covers, puntgave eigen nummers en een gelling sfeer resulteerden op die plaat in drie kwartier exquise pop noir. Als David Lynch eens niet weet van welk hout een soundtrack te maken, kan hij altijd bij Gemma aankloppen. Live was de juffer weinig spraakzaam maar hielden zij en haar begeleiders de zaal gemakkelijk bij de les. Tot twee maal toe speelde ze gitaar met Een Heel Groot Mes. Ik weet niet wat jullie van het leven verwachten maar deze matroos was zo gelukkig als met een are verse bubble wrap.

*Op veertien november 2012 zal de Britse hitparade zijn zestigste verjaardag vieren. Dit jubileum inspireerde de Britse breakcore psycho Shitmat tot zijn Mash Hits-project. Een resem mash-ups waarin hij elk nummer dat ooit op nummer één stond aan bod wil laten komen. Er staan tot nu toe zevenendertig tracks online. Voor al wie een paar uur dobberen op auditieve ADHD aankan.

Posted in Uncategorized | 1 Comment